Aramaic Peshitta

Add to Favorites

Set as Homepage

Home

 

  Buy Lamsa Bible:

 

 

Hit Counter

 

RCL circle:

Aramaic Peshitta Bible Repository

Lamsa Bible Online

Raph's Online Bookstore

 

 

FREE download of "Was the New Testament Really Written in Greek?"

 

 Support independent publishing: buy this book on Lulu.

 

 

 

Aramaic/Dutch Peshitta Translation - Acts

 

Hoofdstuk 1

1

 

Het vorige boek dat ik schreef, o Theofilus over alles wat onze Heer Jezus, de Gezalfde, begon te doen en te leren,

2

 

tot de dag waarop hij werd opgenomen nadat hij de Apostelen opdracht gaf, die hij had gekozen met heilige adem,

3

 

degenen aan wie hij zichzelf levend openbaarde, nadat hij had geleden, door talloze wonderen. Tijdens veertig dagen werd hij door hen gezien en sprak hij over het koninkrijk van God.

4

 

Terwijl hij met hen brood at gaf hij hun opdracht dat zij niet uit Jeruzalem zouden vertrekken, maar dat zij zouden wachten op de belofte van de Vader, op Hem over wie jullie van mij hebben gehoord.

5

 

"Want Johannes doopte met water en jullie zullen na niet veel dagen met heilige adem worden gedoopt."

6

 

Nu waren zij vergaderd en vroegen hem en zeiden hem: "Heer, zult u in deze tijd het koninkrijk voor Israël herstellen?"

7

 

Hij zei hun: "Het is niet aan jullie de tijd of tijden te weten die de Vader onder de autoriteit van Zijn Persoon heeft geplaatst."

8

 

Maar wanneer de heilige adem op jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en zullen jullie getuigen voor mij zijn in Jeruzalem, heel Judea, en ook onder de Samaritanen en tot de einden van de aarde."

9

 

Nadat hij deze dingen had gesproken zagen zij hoe hij werd opgenomen. Een wolk ontving hem en hij werd onzichtbaar voor hun ogen.

10

 

Terwijl zij in de hemel tuurden terwijl hij vertrok, ontwaarde men twee mannen die vlakbij hen stonden in witte kleding.

11

 

En zij zeiden tot hen: "Mannen van Galilea, waarom staat u in de hemel te turen? Deze Jezus werd van u opgenomen in de hemel. Zo zal hij komen, net zoals u hem zag opstijgen naar de hemel."

12

 

Daarna keerden zij van de berg die de Olijfberg wordt genoemd en ongeveer anderhalf kilometer van Jeruzalem af ligt, terug naar Jeruzalem 7 stadiën, mijl. Volgens Griekse hss 'één Sabbatsreis'. Een Sabbatsreis was maximaal 1000 meter. Op de Sabbat, mocht men officieel niet reizen, maar 1000 meter was via presendent (Farizeeën) toegestaan.

13

 

Toen zij de stad binnenkwamen, gingen zij naar het bovenvertrek waar Petrus, Johannes, Andreas en ook Filippus, Thomas, Mattheus, Bartholomeus en Jakobus, de zoon van Alfeus en Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus verbleven.

14

 

En zij allen waren één, vasthoudend in gebed met één doel, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus en zijn broers.

15

 

In die dagen stond Simon Petrus onder hen op, in het midden van de leerlingen (er was nu een gemeente van ongeveer honderd twintig mensen) en hij zei:

16

 

"Mannen, broeders, het was juist dat de tekst werd vervuld die door heilige adem voorzei door het woord van David over Judas die een gids was voor wie hem grepen.

17

 

want hij werd met ons geteld en hij had deel in deze bediening.

18

 

Hij is degene die zich een veld verkreeg uit de beloning voor zonde, en viel met zijn gezicht op de grond, brak in midden en zijn ingewanden kwamen eruit.

19

 

En dit werd bekend aan allen die in Jeruzalem leefden, en zo werd dat veld in het dialect van dat gebied Akeldama genoemd, wat 'bloedveld' betekent.

20

 

Want er staat geschreven in het boek van Psalmen: 'Laat zijn verblijfplaats verlaten zijn.' en 'laat er geen bewoner in haar wonen en laat een ander zijn dienst [over]nemen'.

21

 

Het is daarom juist dat één van deze mannen, die al die tijd onder ons waren waarin onze Heer Jezus kwam en van ons wegging,

22

 

die uitging van de doop van Johannes tot de dag dat hij van ons werd opgenomen, zodat hij met ons een getuige van zijn opstanding kon zijn."

23

 

Dus wezen zij er twee aan, Jozef die Barsabbas heette, bijgenaamd Justus en Matthias.

24

 

Na gebed zeiden zij: "U, Jah, kent alle harten. Openbaar [ons] één, degene die u hebt gekozen uit deze twee mannen, Peshitta 'mar-Jah'. (heer Jah). Omdat het een citaat uit het OT betreft, is het passend De Naam JHWH uit te schrijven.

25

 

zodat hij het aandeel van de bediening en apostelschap mocht ontvangen dat Judas verliet, en hij hem vervangt.

26

 

En zij wierpen loten en het viel op Mattias en zo werd hij bij de elf apostelen geteld.

Hoofdstuk 2

1

 

Nadat de dagen van Pinksteren waren voltooid waren allen als één vergaderd.

2

 

Ineens was er een geluid in de lucht als het geluid van een krachtige adem en het hele huis waar zij in zaten, raakte ermee gevuld. SHMaYaA

3

 

En tongen als vuur verschenen en verspreidden zich onder elk van hen.

4

 

Allen van hen werden gevuld met heilige adem en zij werden gedrongen om in verschillende talen te spreken, zoals de adem het hun gaf te spreken.

5

 

Nu waren er mannen die in Jeruzalem leefden die de God van de joden vreesden, uit alle natiën onder de hemel.

6

 

Toen dat geluid klonk, verzamelden zich alle mensen in tumult omdat zij elke man onder hen, hoorde spreken in hun eigen taal.

7

 

Zij waren nu allen verbijsterd en vroegen zich af: "Zie, zijn dat niet Galileeërs?

8

 

Hoe [kunnen] wij elkaar horen in de taal waarmee wij zijn opgegroeid?

9

 

Parthen, Meden, Elamieten, zij die verblijven in Mesapotamië, Judeeërs, Kappadociërs, die uit de gebieden van Pontus en uit Asia,

10

 

die uit Frygië, Pamfylië, Egypte, uit de gebieden rond Libië naast Cyrene en zij die uit Rome komen, joden en proselieten,

11

 

die uit Kreta en Arabieren, zie! We horen hen verkondigen in onze taal over de wonderen van God!

12

 

En zij allen waren verbijsterd en verbaasd en zij bleven elkaar zeggen: "Wat gebeurt hier?"

13

 

Maar anderen bleven spotten en zij zeiden: "Dezen hebben nieuwe wijn gedronken en zijn dronken!"

14

 

Daarna stond Simon Petrus onder de elf apostelen op, verhief zijn stem en zei hun: "Mannen, joden, en allen die in Jeruzalem verblijven. Laat u allen dit bekend worden en let op mijn woorden!

15

 

Want het is niet, zoals u denkt, 'deze mannen zijn dronken', want zie, het is tot nu tot [maar] negen uur in de morgen!

16

 

maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël:

17

 

'In de laatste dagen', zei God, 'zal ik mijn adem over alle personen uitstorten, en al uw zonen en dochters zullen profeteren, jonge mannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen zien.

18

 

op mijn knechten en en dienstmaagden zal ik mijn adem uitstorten. In die dagen zullen zij profeteren.

19

 

En ik zal tekenen in de hemel veroorzaken, en machtige daden op de aarde van bloed, vuur en rookkolommen.

20

 

De zon zal in duisternis veranderen en de maan in bloed, voordat de grote machtige dag van Jah zal komen.

21

 

En het zal zijn dat wie de naam van Jah aanroepen, gered zullen worden.'

22

 

Mannen, zonen van Israël; luister naar deze woorden. Jezus de Nazarener, een man die door God aan u werd getoond door wonderen, tekenen en machtige daden. Deze deed God onder u door zijn hand zoals u allen weet.

23

 

Deze man werd hierom geheiligd door zijn voorkennis en wil van God; u leverde hem in de handen van goddelozen en u hing en doodde hem.

24

 

Maar God wekte hem op en maakte de koorden van het dodenrijk los omdat het onmogelijk was dat hij in het dodenrijk zou worden vastgehouden. In griekse hss verkeerd vertaald met 'pijn'. 2 Samuël 22:6

25

 

Want David sprak over hem: 'Ik zag mijn Heer altijd vóór mij, want hij is aan mijn rechterhand, zodat ik niet verschrikt zou raken.

26

 

Daarom is mijn hart getroost, en mijn eer groot gemaakt. Zelfs mijn lichaam zal in stilte hopen,

27

 

want u zult mijn leven niet in het dodenrijk verlaten, of zult u uw Onschuldige ontbinding zien lijden. Psalmen 16 hebreeuws Khesidakh aramees Khasaykh betekent puur, onschuldig.

28

 

U hebt mij de levensweg geopenbaard, u zult mij vervullen met vreugde door uw tegenwoordigheid.'

29

 

Mannen, broeders, sta me toe vrij met u te spreken over de Patriarch David die gestorven is en ook begraven en van wie het graf tot vandaag bij ons is.

30

 

Want hij was een profeet, en hij wist dat God hem een eed had gezworen: "Uit de vrucht van uw lendenen zal ik een koning op uw troon verzekeren."

31

 

En hij voorzag en sprak over de opstanding van de Gezalfde dat hij niet in het dodenrijk zou worden gelaten of dat zijn lichaam ontbinding zou zien.

32

 

Deze Jezus werd door God opgewekt en wij zijn allen zijn getuigen.

33

 

Hij is degene die tot de rechterhand van God is verheven en heeft van de Vader de belofte ontvangen van de geest van heiligheid en hij heeft deze gift uitgestort. Zie! U ziet en hoort het!

34

 

Want het was niet David die tot de hemel opsteeg, want hij zei: "Jah zei tot mijn Heer: 'zet u aan mijn rechterhand,

35

 

totdat ik uw vijanden tot een voetbank aan uw voeten stel.'

36

 

Amen, laten daarom allen van het huis van Israël weten dat Jah God deze Jezus de Gezalfde heeft gemaakt, die u hebt gehangen."

37

 

Toen zij deze dingen hoorden waren zij verstomd: "Broeders, wat moeten we doen?"

38

 

Simon zei hun: "Keer u om en wordt gedoopt, elk van u, in de naam van Jah, van Jezus tot vergeving van zonden zodat u de gift van heilige adem mag ontvangen.

39

 

Want aan u en uw kinderen en allen die ver weg waren, was de belofte, dat God hen zal roepen.

40

 

En met vele andere woorden zou hij tot hen getuigen en hen smeken terwijl hij zei: 'Red uzelf van deze kromme generatie.'"

41

 

Sommigen van hen ontvingen zijn woord graag en geloofden en werden gedoopt. En op die dag sloten zich ongeveer drieduizend mensen aan. Lett. Zielen

42

 

En zij volhardden in het onderwijs van de apostelen en bleven gezamelijk bidden en brood breken, en alle mensen toonden respect. Grieks artos ongezuurd, matzes. Aramees 'D'eAOK,aRiS+iYaA'

43

 

Tekenen en grote daden werden verricht door de handen van de apostelen in Jeruzalem.

44

 

En allen die gingen geloven, waren als één en alles wat zij hadden, deelden zij gemeenschappelijk.

45

 

Zij die iets bezaten verkochten het en verdeelden het onder ieder naar behoefte.

46

 

Dagelijks waren zij volhardend in eenheid in de tempel. En thuis braken zij broden en ontvingen zij voedsel met vreugde en een zuiver hart,

47

 

terwijl zij God eerden en gunst vonden bij alle mensen. En onze Heer bleef dagelijks toevoegen aan wie leefden onder de gemeente.

Hoofdstuk 3

1

 

Dit gebeurde toen Simon Petrus en Johannes samen opgingen naar de tempel tijdens het gebed om drie uur.

2

 

Zie! een zekere man, verlamd van de schoot van zijn moeder, werd gedragen door mannen die hem gewoon waren hem te brengen en hem bij de poort van de tempel te zetten, die 'De Schone' werd genoemd zodat hij om gaven kon bedelen aan wie de tempel binnen gingen.

3

 

Toen deze man Simon en Johannes de tempel binnen zag gaan, vroeg hij hen iets te geven. letterlijk, aalmoezen, weldaad.

4

 

Simon en Johannes bekeken hem en zeiden hem: "Kijk naar ons!"

5

 

En terwijl hij naar hen keek verwachtte hij iets van hen te ontvangen.

6

 

Simon zei hem: "Goud en zilver heb ik niet, maar wat ik heb zal ik u geven in naam van Jezus, de Gezalfde, de Nazarener; Sta op, loop!"

7

 

En hij nam hem bij zijn rechterhand en deed hem opstaan, en meteen werden zijn voeten en zijn enkels heel,

8

 

en sprong hij op, stond en liep en ging met hen de tempel binnen terwijl hij liep, sprong en God eerde.

9

 

En alle mensen zagen hem terwijl hij liep en God eerde.

10

 

Zij herkenden dat hij die bedelaar was die de hele dag zat te vragen om giften bij de poort die 'De Schone' werd genoemd. En zij waren vol verbazing en vroegen zich af wat er was gebeurd.

11

 

Terwijl hij Simon en Johannes vasthield, renden alle verbaasde mensen naar de zuilengang die naar Salomo was genoemd.

12

 

Zodra Simon dit zag antwoordde hij en zei hun: "Mannen, zonen van Israël, waarom verbaast u zich over die man of over ons? Waarom kijkt u alsof het onze eigen kracht is of we het deden door onze autoriteit dat deze man kon lopen?

13

 

Hij, de God van Abraham en van Isaäk en van Jakob, de God van onze voorvaders heeft zijn Zoon groots gemaakt, Jezus, die u overleverde en ontkende in het gezicht van Pilatus, nadat hij reden zag hem te laten gaan.

14

 

Maar u ontkende de Heilige en de Rechtvaardige en u verzocht om u een moordenaar te worden [vrij]gegeven.

15

 

En de Prins van Leven die u doodde, [hem] heeft God opgewekt uit de doden en wij zijn allen zijn getuigen. of 'leider'

16

 

Geloof in zijn naam heeft deze man genezen die u ziet en kent, en het heeft hem sterk gemaakt. Het is het geloof in hem dat hem zijn genezing gaf voor u allen.

17

 

En nu, broeders, ik weet dat u deze onwetendheid deed net als uw leiders deden.

18

 

Maar die dingen die God heeft verkondigd door de mond van alle profeten dat zijn Gezalfde moest leiden, heeft hij aldus vervuld.

19

 

Heb daarom spijt, en keert u om zodat uw zonden worden uitgewist en tijden van rust voor u zullen komen van Jah.

20

 

Hij zond tot u wat hij voor u had voorbereid, Jezus de Gezalfde.

21

 

Die de hemel moest ontvangen totdat de voltooiing van de tijden van deze [dingen] moesten komen, gesproken door God via zijn heilige profeten uit de oudheid.

22

 

Want Mozes zei: 'Jah zal een profeet zoals ik opwekken uit het midden van uw broeders, luister naar hem in alles wat hij u zal zeggen.

23

 

En het zal zijn dat iedere persoon die niet naar die profeet luistert, zijn leven zal verliezen van zijn volk.' Ziel

24

 

En al hun profeten, vanaf Samuël en wie na hem kwamen, spraken en verkondigden over die dagen.

25

 

U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God sloot met onze voorvaders toen hij tegen Abraham zei: 'door uw zaad zullen alle stammen van de aarde worden gezegend.'

26

 

Nu was het eerst voor u dat God zijn Zoon aanstelde en zond om u te zegenen als u spijt hebt en omkeert van kwaad."

Hoofdstuk 4

1

 

Terwijl zij deze woorden tot de mensen spraken stonden de priesters en de Sadduceeën en de tempelleiders tegen hen op.

2

 

Want zij waren woedend op hen omdat zij de mensen onderwezen en de opstanding van de Gezalfde uit de doden verkondigden.

3

 

Dus grepen zij hen en bewaakten hen tot de volgende dag omdat de avond naderde.

4

 

En velen die deze woorden hoorden gingen geloven en zij waren ongeveer vijfduizend mensen in getal.

5

 

De volgende dag vergaderden de leiders, de ouderlingen en de Schriftgeleerden,

6

 

ook Annas, Kajafas de Hogepriester, Johannes en Alexander en een groepje overpriesters.

7

 

Nadat zij hen in hun midden hadden gesteld bleven zij hen vragen: "Door welke kracht of in welke naam hebt u dit gedaan?"

8

 

Daarop zei Simon Petrus (die vol van heilige adem was) hun: "Leiders van het volk en ouderlingen van het huis van Israël, luister;

9

 

Als wij vandaag werden geoordeeld door u over het goede dat de zieke man overkwam, hoe werd deze man dan genezen?

10

 

Laat dit u allen en de mensen van Israël bekend worden; dat in de naam van Jezus Christus, de Nazarener, degene die u hing, die God heeft doen opstaan uit de doden, door deze zelfde, zie! Deze man staat gezond voor u! Hier gebruikte Petrus Gezalfde als een naam en niet als een titel. compleet, volmaakt

11

 

Dit is de Steen die u, bouwlieden, hebt verworpen. En hij is de hoofdhoeksteen geworden. Fundamentsteen, in antieke tijden was dat de basis voor het huis.

12

 

En er is in niemand anders redding want er is geen andere naam onder de hemel gegeven die geschikt is om leven te ontvangen."

13

 

Toen zij de woorden van Simon en Johannes hoorden die zij vrijuit spraken, merkten zij dat zij de geschriften niet kenden en dat zij eenvoudig waren, waren zij verbaasd over hen en zij herkenden dat zij met Jezus te maken hadden gehad.

14

 

En zij zagen de verlamde man met hen staan die was genezen, maar zij konden niets tegen hen inbrengen.

15

 

Daarop gaven zij opdracht dat ze uit het joods gerechtshof werden verwijderd en bleven elkaar zeggen: Griekse tekst 'Sanhedrin', peshitta 'vergadering'

16

 

"Wat moeten we moeten met deze mannen doen? Want zie, een zichtbaar wonder is gebeurd door hun handen. Aan alle inwoners van Jeruzalem is [het] bekend en wij kunnen het niet ontkennen.

17

 

Maar, zodat dit zich niet verder verspreidt onder de mensen; laten we hen bedreigen zodat ze niet opnieuw tot iemand onder de mensenzonen zouden spreken in die naam."

18

 

Dus riepen zij hen en gaven hun opdracht dat zij absoluut niet tot iemand zouden spreken of onderwijzen in de naam van Jezus.

19

 

Simon Petrus en Johannes antwoordden en zeiden hun: "Als het juist is voor God dat wij u meer gehoorzamen dan God, oordeel zelf;

20

 

want wij kunnen niet over wat we hebben gezien en gehoord zwijgen."

21

 

Dus bedreigden zij hen en lieten hen gaan want zij konden geen aanklacht tegen hen indienen vanwege de mensen. Want iedereen eerde God om wat er was gebeurd,

22

 

want die man, met wie dat genezingswonder was gebeurd, was meer dan veertig jaar oud.

23

 

Toen zij werden vrijgelaten gingen zij naar hun broederschap en vertelden hen alles wat de priesters en ouderlingen hadden gezegd.

24

 

Zodra zij [dit] hoorden, verhieven zij als één hun stem tot God en zij zeiden: "Jah, u bent God, degene die hemel en aarde heeft gemaakt, en alles wat erin is.

25

 

En u bent degene die door heilige adem sprak door de mond van uw knecht David: 'Waarom zijn de natiën en de mensen woedend en maken zij loze plannen?

26

 

De koningen van de aarde zijn opgestaan, en regeerders hebben samengespannen als één tegen Jah en tegen zijn Gezalfde.'

27

 

Want in deze stad waren [zij] vergaderd tegen de Heilige, uw Zoon Jezus, degenen die u hebt Gezalfd; Herodus en Pilatus met de heidenen en de gemeente van Israël,

28

 

om alles te doen dat uw hand en uw wil hebben afgekondigd.

29