Aramaic Peshitta

Add to Favorites

Set as Homepage

Home

 

  Buy Lamsa Bible:

 

 

Hit Counter

 

RCL circle:

Aramaic Peshitta Bible Repository

Lamsa Bible Online

Raph's Online Bookstore

 

 

FREE download of "Was the New Testament Really Written in Greek?"

 

 Support independent publishing: buy this book on Lulu.

 

 

 

Aramaic/Dutch Peshitta Translation - Galatians

 

Hoofdstuk 1

1

 

Paulus (niet een apostel die is aangesteld door mensen maar door Jezus Christus en God de Vader die hem deed opstaan uit de doden.)

2

 

en al degenen die met mij zijn aan de gemeenten van Galatië.

3

 

Genade en vrede [zij] met u van God de Vader en onze Heer Jezus de Gezalfde,

4

 

die zichzelf gaf voor onze zonden, om ons uit de tegenwoordige slechte wereld te bevrijden, zoals God onze Vader wilde.

5

 

Aan hem de glorie, voor altijd en eeuwig, amen!

6

 

Ik ben me doodgeschrokken dat jullie zo snel de Gezalfde zijn vergeten die jullie in genade heeft geroepen en dat jullie zijn gaan kijken naar een ander goed nieuws,

7

 

dat het niet [eens] is, maar er zijn mannen die het jullie lastig hebben gemaakt, zij wilden het goede nieuws van de Gezalfde op de kop zetten!

8

 

Want als wij, of zelfs een boodschapper uit de hemel predikt wat nooit is gepredikt; laat hij vervloekt zijn!

9

 

Want zoals ik zojuist zei en opnieuw zeg: wie ook tot jullie prediken wat afwijkt van wat jullie hebben ontvangen, laat hij vervloekt zijn!

10

 

Nu, worden mensen overtuigd door mij of door God? Als ik nog steeds mensen behaag zou ik geen knecht van de Gezalfde zijn.

11

 

Realiseer, mijn broeders, dat het goede nieuws dat ik jullie predikte niet van mensen was.

12

 

Ook ik heb niet van mensen, maar door openbaring van Jezus Christus de leer ontvangen.

13

 

Jullie hebben gehoord van mijn vroegere Judaïstische gedrag, vooral toen ik de gemeente van God vervolgde en het grotendeels vernietigde.

14

 

En hoe enorm succesvol ik was in Judaïsme, meer dan landgenoten van mijn soort, vooral in de leer van mijn vaders.

15

 

Maar laat God oordelen, hij die mij vanaf de moederschoot heeft afgezonderd en me tot zijn genade riep,

16

 

om zijn Zoon aan mij te onthullen die ik onder de niet-joden predikte, zonder éérst een mens om instructies te vragen.

17

 

En ik ging ook niet naar Jeruzalem, naar de apostelen die er eerder waren dan ik. In plaats daarvan ging ik naar Arabië en keerde terug naar Damaskus.

18

 

Na drie jaar ging ik naar Jeruzalem om Petrus te ontmoeten en ik bleef daar vijftien dagen bij hem.

19

 

Ik zag daar niemand anders van de andere apostelen, behalve Jakobus, de broer van onze Heer.

20

 

Deze dingen schrijf ik jullie, zie! Ik getuig in naam van God dat ik niet lieg.

21

 

Daarna ging ik naar Syrië en naar Cilicië.

22

 

Maar ik was een onbekend gezicht in de messiaanse gemeenten in Judea.

23

 

Dit hadden zij alleen maar gehoord; dat degene die hen vroeger vervolgde nu het geloof predikt dat hij gewoon was te vernietigen.

24

 

En zij prezen God om mij!

Hoofdstuk 2

1

 

Na veertien jaar ging ik naar Jeruzalem samen met Barnabbas en Titus.

2

 

Ik ging op [naar Jeruzalem] omdat ik met een bekendmaking kwam. Ik maakte hen bekend dat ik het goede nieuws onder de niet-joden predikte en legde uit aan hen [persoonlijk] die werden beschouwd als groten; 'of ik voor niets had gewerkt, of ergens aan moest werken.'

3

 

Trouwens, Titus, die met me was die een Syriër is, werd niet gedwongen om zich te laten besnijden.

4

 

Maar omdat er valse broeders zijn binnengekomen, die onze vrijheid in Jezus de Gezalfde bespioneerden om ons te knechten. Letterlijk 'onderzochten'

5

 

Maar wij stonden hen zelfs geen moment onderwerping toe zodat de waarheid van het goede nieuws bij u mocht blijven.

6

 

Zij die zichzelf als belangrijk bezien (wie zij waren is niet mijn zorg. God maakt geen onderscheid), droegen niets over aan mij, ook geen kennis. Letterlijk 'iets zijnde'

7

 

Het was eerder zo dat ze zagen dat het goede nieuws van de onbesnedenen aan mij werd toevertrouwd zoals zij Cefas toevertrouwden aan de besnedenen.

8

 

Want degene die Cefas aanspoorde om naar de besnedenen te worden gezonden, zond ook mij; naar de niet-joden.

9

 

Toen zij, Jakobus, Petrus en Johannes (die als pilaren worden beschouwd), wisten dat mij genade was gegeven, gaven ze me de rechterhand van broederschap aan mij en Barnabbas. Dus, wij naar de niet-joden, en zij naar de besnedenen!

10

 

Alleen vroegen zij ons de armen niet te vergeten. En daar heb ik aan gewerkt.

11

 

Maar toen Cefas in Antiochië kwam, heb ik hem rechtstreeks berispt. Want hij was schuldig.

12

 

Voordat sommige mannen van Jakobus waren gekomen, at hij met de niet-joden. Maar toen zij kwamen zonderde hij zich af omdat hij bang was voor de besnedenen.

13

 

De anderen Judeeërs spanden met hem samen, zodat zelfs Barnabbas in hun hypocrisie trapte. Semitisch idioom dat zowel besluiten als gooien kan betekenen.

14

 

Maar toen, zie! Voor de ogen van degenen die de waarheid van het goede nieuws niet juist volgden, zei ik tegen Petrus voor het oog van allen: "Als jij jood bent die naar niet-joodse in plaats van joodse gewoonten leeft, hoe kun je dan de niet-joden dwingen zich te gedragen als joden?"

15

 

Want wij die van geboorte af joods zijn, en niet uit de zondaars 'van buiten', niet-joden, dubbele ontkenning lastig.

16

 

wij weten dat de mensen niet rechtvaardig worden verklaard door de werken van de Thora, maar door geloof in Jezus, de Gezalfde. Zelfs wij die geloofden weten dat we door geloof in Jezus de Gezalfde worden rechtvaardig verklaard en niet door de werken van de Torah. Want door de werken van de Thora zal niemand rechtvaardig worden verklaard.

17

 

Maar als wij rechtvaardiging door de Gezalfde zoeken, onzelf toch als zondaars beschouwen, is Jezus de Gezalfde, dan knecht van zonde? God verhoede! Semitisch idioom dat letterlijk: "Onze ogen vinden"

18

 

Als ik de dingen die ik heb vernietigd restaureer, maak ik mijzelf een overtreder van de Thora.

19

 

Want ik ben dood voor de Torah zodat ik mag leven voor God.

20

 

En ik ben gehangen met de Gezalfde zodat niet ik leef, maar de Gezalfde in mij leeft. En het leven dat ik nu leef is in het lichaam van de Zoon van God, die van mij houdt en zijn leven voor mij gaf. Het aramees (zaqip) noemt niet het martelwerktuig, paal of kruis, maar betekent: "Opgericht"

21

 

Frustreer Gods genade niet, want als rechtvaardigheid via de Torah komt, dan is de Gezalfde voor niets gestorven.

Hoofdstuk 3

1

 

O, jullie onverstandige Galaten! Wie heeft jullie geloof in Jezus de Gezalfde behekst, voor wie Jezus zichtbaar, voor jullie ogen, werd gehangen!

2

 

Dit zou ik graag van jullie willen weten: Hebben jullie de adem ontvangen door werken van de Torah of door te horen over het geloof?

3

 

Zo onverstandig zijn jullie; dat de adem van waarheid die jullie hadden nu in het lichaam is geëindigd.

4

 

Hebben jullie al deze dingen voor niets geloofd? En dat zonder goede reden!

5

 

Degene die jullie daarom de adem geeft, en wonderen onder jullie verricht, doet hij die dingen vanwege gehoorzaamheid aan de Torah of aan geloof?

6

 

Want Abraham stelde geloofde tegenover God en dat hem werd als rechtvaardigheid toegekend.

7

 

Weet daarom dat wie uit geloof zijn zonen van Abraham zijn.

8

 

Want God wist van tevoren dat de niet-joden rechtvaardig verklaard zouden worden door geloof, dat hij aan Abraham verkondigde zoals gezegd in de heilige Schrift: "Door u zullen alle natiën gezegend worden."

9

 

Dus worden de gelovigen gezegend door de getrouwe Abraham.

10

 

Want wie knechten van de Torah zijn, zijn nog steeds onder een vloek want er is geschreven: "Vervloekt is iedereen die niet alles doet wat in dit boek, de Torah is geschreven."

11

 

Maar dat niemand wordt gerechtvaardigd voor God dankzij de Torah is helder, want er staat geschreven: "De rechtvaardigen zullen in geloof leven."

12

 

De Torah is dus niet door geloof ontstaan, maar wie de dingen doen die erin geschreven staan zullen daarin leven.

13

 

Omdat de Gezalfde ons heeft verlost van de vloek van de Torah door zelf vervloekt te raken, want er staat geschreven: "Vervloekt is degene die aan een hout hangt." Aramees weqyesa; hout of boom. De lezer mag zelf beslissen of hij 'kruis' of 'paal' wil lezen. In ieder geval betekent het grondwoord niet kruis, maar eerder 'boom' of 'hout'

14

 

Hierdoor kan de zegen van Abraham over de niet-joden via Jezus de Gezalfde komen, zodat we de belofte van heilige adem ontvangen door geloof.

15

 

Broeders, ik spreek als een mens van een permanent verbond met de mens dat men niet kan weigeren of veranderen.

16

 

Aan abraham nu werden beloften [voor een koning] beloofd en aan zijn nakomeling. Het betrof niet [meer] "nakomelingen", maar dat van één "nakomeling"; De Gezalfde dus. Een zeer intellectuele Aramese woordspeling waar zowel het woord 'koning' als 'belofte op belofte' in verwerkt zit. Vandaar de niet letterlijke vertaling, maar eerder de bedoeling van apostel Paulus (Rav Shaul). letterlijk 'zaad'

17

 

Nu zeg ik dit: Dat het verbond tevoren permanent werd door God via de Gezalfde. De Torah die vierhonderddertig jaar later ontstond dan de belofte [kan haar] niet verwerpen of ongeldig maken.

18

 

Stel dat de Torah de [vervulling van de] belofte was; Nee, dat was niet de belofte van God aan Abaraham!

19

 

Waarom bestond de Torah dan? Zodat overtreding werd opgestapeld tot de komst van de erfgenaam. En de Torah was gegeven door engelen en door een tussenpersoon. zaad aan wie beloofd was

20

 

Een tussenpersoon vertegenwoordigt namelijk niet zichzelf, maar één, God. was niet alleen

21

 

[Is] de Torah die we ontvingen dan tegen de beloften van God? God verbiede! De Torah was gegeven om leven te kunnen geven, werkelijk want uit de Torah zou rechtvaardigheid komen.

22

 

Maar de Schrift heeft alle zondige dingen benadrukt, zodat de belofte, in geloof van Jezus de Gezalfde, gegeven mocht worden aan wie geloven. Letterlijk, omcirkeld.

23

 

Dus, voordat geloof kwam, bewaakte de Torah ons terwijl we beperkt in geloof waren, dat [nog] onthuld zou worden.

24

 

De Torah was dus een coach voor ons naar de Gezalfde zodat we door geloof rechtvaardig worden verklaard.

25

 

Sinds geloof is gekomen, zijn we niet langer onder coaches,

26

 

want jullie zijn allen zonen van God door geloof in Jezus de Gezalfde.

27

 

Want degenen die zich in de Gezalfde hebben gedoopt hebben zich met de Gezalfde gekleed. Semitisch idioom, letterlijk: 'hebben de Messias aangedaan' Zie ook Efeziërs 6:11

28

 

Er is geen jood of niet-jood, geen slaaf of vrij man, of man of vrouw; want jullie zijn allen één in Jezus de Gezalfde.

29

 

En als jullie van de Gezalfde zijn, dàn zijn jullie nakomelingen van Abraham en erfgenamen van de belofte!

Hoofdstuk 4

1

 

Maar ik zeg dat de erfgenaam, een kind, een tijd lang niet verschilt van de knechten. Toch is hij hun heer.

2

 

Hij staat zelfs onder de bewakers en de huisknechten tot de tijd die zijn vader heeft bepaald.

3

 

Dat was ook met ons; toen we klein waren waren we onderworpen aan de elementen van deze wereld.

4

 

Toen de volwassenheid was gekomen, zond God zijn Zoon, die geboren was uit een vrouw. En hij was onder de Torah,

5

 

om degenen die onder de Torah zijn te verlossen zodat wij adoptie als zonen zouden ontvangen.

6

 

Omdat jullie zonen waren, zond God de geest van zijn Zoon naar jullie harten zodat jullie de Vader 'Onze Vader' zouden noemen.

7

 

En omdat jullie niet knechten maar zonen waren; zodra jullie zonen waren, werden jullie erfgenamen van God door Jezus de Gezalfde.

8

 

Toen jullie deden [volgens de Wet] kenden jullie God niet, maar dienden jullie dingen die normaal gesproken niet God zijn.

9

 

Nu dat jullie kennis hebben van God, beter nog, bekend zijn bij God, zijn jullie teruggekeerd naar die slappe en arme principes en jullie wilden weer onder hun boeien komen.

10

 

Jullie hebben je gehouden aan dagen, maanden, tijden en jaren.

11

 

Ik ben bang dat ik voor niets bij jullie was.

12

 

Mijn broeders, waren jullie maar als ik! Jullie waren [eens] zoals ik was (ik vraag het alleen, jullie hebben me niet doen struikelen).

13

 

Jullie weten, hoe ik in mijn zwakke lichaam vroeger het goede nieuws aan jullie verkondigde.

14

 

Maar jullie minachtten mij niet vanwege de ziekten van mijn lichaam, maar ontvingen me alsof ik een boodschapper van God was, zelfs alsof ik Jezus de Gezalfde was.

15

 

Waar zijn dan jullie zegeningen [gebleven]? Want ik getuig over jullie dat als jullie konden, hadden jullie je ogen uitgeplukt en ze aan mij gegeven.

16

 

Wat voor vijand ben ik voor jullie geworden omdat ik de waarheid aan jullie verkondigde?

17

 

Zij benijden u niet om goede [redenen], maar zij zouden jullie willen beknotten zodat jullie hún zouden benijden.

18

 

Het is goed dat jullie altijd goede dingen nastreven, en niet slechts als ik met jullie ben. letterlijk benijden

19

 

Mijn kinderen; voor jullie lijd ik pijn van weeën tot de Gezalfde zich volledig in jullie heeft gevormd.

20

 

Ik wenste wel onder jullie te zijn, en mijn stem te opnieuw te laten horen omdat ik diep over jullie bezorgd ben.

21

 

Ik zeg tot degenen die zichzelf graag onder de Torah laten zijn: Horen jullie de Torah niet?

22

 

Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had. Eén van een dienstmaagd, en één van een vrije vrouw.

23

 

Maar degene die uit het dienstmeisje was is door het lichaam en degene die uit de vrije vrouw was, was door de belofte.

24

 

Daarom staan deze dingen symbool voor twee verbonden. De ene van de berg Sinaï die knechten gaf, dat is Hagar. Volgens peshitta dienstmaagden.

25

 

Want Hagar is de berg die in Arabië staat dat vrede sloot met dìt Jeruzalem dat nu samen met haar kinderen in knechtschap is. Aramese tekst gebaseerd op shalom, vrede, zij sloot dus vrede.

26

 

Maar dát Jeruzalem, is de vrije vrouw, dat is onze moeder.

27

 

Want er staat geschreven: "Wees blij, onvruchtbare vrouw, vier feest en roep het uit, u die geen weeën kan opwekken, want uw eenzame zonen overtreffen de zonen van de begunstigde in aantal.

28

 

Wij, broeders, zijn nu net als Isaäk, zonen van de belofte.

29

 

En net als degene die was geboren in het lichaam die vervolgd werd door hem die in de adem was geboren, en zo is het ook nu.

30

 

Maar wacht zegt de Schriftplaats? "Verwerp de slavin en haar zoon, want wie uit de slavin is, zal niet samen met de zonen van de vrije vrouw erfen." Letterlijk "bondvrouw", woordspeling met vrouw van de Wet

31

 

Wij, mijn broeders, zijn daarom geen zonen van de slavin, maar zonen van de vrije vrouw.

Hoofdstuk 5

1

 

Blijven jullie daarom in de vrijheid van de Gezalfde; vrijheid en onderworpen aan het juk van knechtschap.

2

 

Zie! Ik, Paulus, zeg dat als jullie je laten besnijden dat de Gezalfde geen nut voor jullie heeft.

3

 

Ik getuig nu opnieuw aan iedereen dat iedereen die zich laat besnijden, verplichtingen aan de hele Torah heeft!

4

 

Degenen van jullie die uit de Torah rechtvaardiging zoeken, zijn gestopt uit de Gezalfde te zijn en daarom zijn jullie uit de genade gevallen.

5

 

Want wij die geloven, verwachten rechtvaardiging door adem.

6

 

Uit de Gezalfde, Jezus dus, is iets, niet uit besnijdenis of uit niet-besnijdenis. Geloof wordt volmaakt door liefde.

7

 

Jullie waren een juweeltje, wie heeft jullie in de war gebracht zodat jullie de waarheid niet gehoorzamen?

8

 

Want jullie overtuiging was niet uit degene die jullie heeft geroepen.

9

 

Een klein beetje zuurdesem, zuurt het hele deeg.

10

 

Ik vertrouw op jullie in onze Heer, dat jullie niets anders zullen overwegen, en dat dat degene die het jullie lastig maakte zijn oordeel zal dragen.

11

 

Mijn broeders, als ik jullie besnijding verkondigde, waarom werd ik dan vervolgd? Hoe is dat stuk hout gestopt een struikelblok te vormen?

12

 

O, laat degenen die het jullie lastig maken afgesneden worden!

13

 

Jullie, die tot vrijheid zijn geroepen broeders, gebruik jullie vrijheid niet voor onvolmaakte dingen, maar dat jullie elkaar in liefde dienen. Letterlijk 'vleselijke dingen'

14

 

Want de hele Torah wordt vervuld met één woord: "U dient uw naaste lief te hebben zoals u zichzelf zou liefhebben."

15

 

Maar als jullie elkaar blijven bijten en opvreten; zie, straks consumeren jullie elkaar nog!

16

 

Dan zeg ik dat jullie door adem moeten wandelen zodat jullie niet onderworpen raken aan onvolmaakte verlangens. vleselijke

17

 

Want het onvolmaakte wil iets wat tegen de geest is. De geest wil iets wat tegen het onvolmaakte is. En deze twee zijn tegengesteld zodat jullie uiteindelijk niets kunnen doen.

18

 

Als jullie dan door de adem worden geleid, zijn jullie niet onder de Torah.

19

 

Want jullie kennen de werken van onvolmaaktheid. Deze zijn: overspel, onreinheid, losbandigheid,

20

 

afgoderij, toverij, vijandschap, twist, rivaliteit, woede, egoïsme, verdeeldheid en kliekvorming, sektevorming

21

 

jaloezie, dronkenschap, drinkpartijen enzovoort. Tegen deze dingen waarschuw ik jullie, en zoals ik ook eerder heb gedaan; dat zij die zulke dingen doen, het koninkrijk van God niet erven.

22

 

Maar de spirituele vruchten zijn deze: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof,

23