Home

Add to Favorites

 

Lamsa Bible:

 

 

 

RCL Websites:

All One Charity

iGod Book

Pantheism Unites

Aramaic Peshitta Bible Repository

Lamsa Bible Online

 

 

Download "Was the New Testament Really Written in Greek?"

 

 

 

Aramaic/Dutch Peshitta Translation - Matthew

 

Hoofdstuk 1

1

 

Het boek van de afkomst van Jezus de Gezalfde, zoon van David, zoon van Abraham. lett. Genesis, oorsprong, herkomst, generatie, geboorte

2

 

Abraham verwekte Isaäk, Isaäk verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers.

3

 

Juda verwekte Perez en van Zerah door Tamar. Perez verwekte van Hezron, Hezron verwekte van Ram.

4

 

Ram verwekte Amminadab, Amminadab, verwekte Nahson, Nahson verwekte Salmon.

5

 

Salmon verwekte Boaz via Rachab, Boaz verwekte Obed via Ruth, Obed verwekte Jesse.

6

 

Jesse verwekte David, de koning. David verwekte Salomo via de vrouw van Uriah.

7

 

Salomo verwekte Rehobeam, Rehobeam verwekte Abija, Abija verwekte Asa.

8

 

Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,

9

 

Uzzia verwekte Jotham, Jotham verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia.

10

 

Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia.

11

 

Josia verwekte Jechonja en zijn broers ten tijde van de ballingschap in Babylon.

12

 

Na de ballingschap in Babylon verwekte Jechonja Sealthiël, Sealthiël verwekte Zerubbabel.

13

 

Zerubbabel verwekte Abiud, Abiud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor.

14

 

Azor verwekte Zadok, Zadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud.

15

 

Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Matthan, Matthan verwekte Jakob.

16

 

Jakob verwekte Jozef, de vader van Maria, uit wie Jezus werd geboren, de Gezalfde genoemd. Aramees 'Gawra' volgens peshita, vader of 'beschermer' van Maria, dus het gaat hier om een andere Jozef. Mogelijk om gegniffel tegen te gaan, heeft Mt hier niet alternatief 'vader' gebruikt alsof Maria met haar Vader trouwde.

17

 

Alle generaties van Abraham tot David waren veertien generaties, en van David tot de Babylonische ballingschap veertien generaties, en van de Babylonische ballingschap tot de Gezalfde veertien generaties.

18

 

De geboorte van Gezalfde Jezus als volgt; terwijl zijn moeder, Maria, was uitgehuwelijkt aan Jozef bleek zij zwanger door heilige adem nog voordat zij samenwoonden. zie vers 1

19

 

Omdat haar man Jozef rechtvaardig was en haar niet wilde ten toonstellen, dacht hij haar toch in het geheim te laten gaan. (Aramees ba-elah) kan betekenen echtgenoot, heer, meester, in tegenstelling tot gawra vs 16

20

 

En terwijl hij deze dingen overdacht verscheen hem dan de boodschapper van Jah in een droom en zei: "Jozef, zoon van David, wees niet bang Maria tot vrouw te nemen, want wat in haar is verwekt, is door heilige adem. In het dagelijks spraakgebruik kon 'boodschapper' zowel engel als iemand die een bericht bracht betekenen (Hand) 12:15.

21

 

Zij zal geboorte geven aan een zoon en je zult hem Jezus noemen, want hij zal zijn volk van hun zonden bevrijden."

22

 

Dit alles gebeurde zodat werd vervuld wat Jah gezegd had door zijn profeet die zei: Sem-Tob Ha-Shem, Peshitta, JHWH

23

 

"Zie! De maagd zal zwanger worden en geboorte geven aan een zoon, en zij zullen hem Immanuël noemen, wat is vertaald van: 'met ons is onze God'." Aramese OT tekst gebruikt: b'tulta. Septuaginta ook, maar volgens Masoretische tekst 'meisje'

24

 

Toen Jozef wakker werd uit zijn slaap, deed hij zoals hem was uitgelegd door de boodschapper van Jah en hij nam haar bij zich [thuis].

25

 

En hij had geen gemeenschap met haar totdat ze geboorte gaf aan een zoon, en hij noemde hem Jezus.

Hoofdstuk 2

1

 

Nadat Jezus was geboren in Bethlehem van Judea in de dagen van Herodes de koning, daar kwamen astrologen uit het oosten naar Jeruzalem, magoi staat niet voor 'wijze mannen' magos (μαγος pl. μαγοι). Aramees: Magoshi of Zoroastrianen.

2

 

en zeiden: "Waar is hij, die de koning van de joden is, geboren? Want we zagen zijn ster in het oosten en zijn gekomen om hem te eren."

3

 

Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij en heel Jeruzalem met hem in beroering.

4

 

Daarop vergaderde hij alle overpriesters, Schriftgeleerden van het volk en ging hen vragen waar de Gezalfde geboren zou worden. Messias (Hebreeuws), Christus (Grieks)

5

 

Zij antwoordden hem: "Te Bethlehem in Judea; want zo is geschreven door de profeet:

6

 

'En jij Bethlehem van Efrata, zult niet de minste onder de duizenden van Judea zijn, want uit jou zal ik voortkomen degene die de regeerder onder mijn volk Israël zal zijn.'" Volgens Dutillet en Munster hebreeuwse Mattheus.

7

 

Toen riep Herodus in het geheim de astrologen bijeen en leerde van hen de periode dat de ster aan hen verscheen,

8

 

en zond hen naar Bethlehem en zij hun: "Ga en informeer u zeer nauwkeurig over de jongen. En wanneer jullie hem hebben gevonden, kom en informeer mij zodat ook ik hem kan gaan huldigen."

9

 

Toen zij de koning hadden aangehoord, vertrokken ze en zie! De ster die ze in het oosten hadden gezien, ging hen voor tot zij kwam en stilstond boven de plaats waar het kind was.

10

 

Dat zij de ster hadden gezien, maakte hen meer dan gewoon blij.

11

 

Zodra ze het huis binnengingen, zagen ze het kind met Maria, de moeder, en knielden en eerden het. Zij openden ook hun schatten en schonken hem cadeaus, goud, mirre en wierrook. 18 maanden-3 jaar zie mt 2:16 hulde, ook aanbidden afh. Context7 in Septuaginta gebruikt voor Hebreeuwse term, sja·chah´, dat „zich neerbuigen” betekent

12

 

Terwijl zij diep sliepen, zie! Een boodschapper verscheen hun en zei: "Pas [ervoor] op om terug te gaan naar Jeruzalem, naar Herodus!" Dus gingen zij weg en keerden terug naar hun eigen land via een andere weg.* Tekst volgens Sem-Tob

13

 

Toen ze waren vertrokken, zie! De boodschapper van Jah verscheen in een droom aan Jozef en zei: "Sta op, neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik weer met u spreek want Herodes staat klaar het kind te zoeken om hem te doden." Ha-Shem volgens sem-tob, MAR-YAH volgens Peshitta

14

 

Zo stond hij in de nacht op nam het kind en zijn moeder en trok zich terug naar Egypte,

15

 

en hij bleef daar tot de dood van Herodes, zodat vervuld zou worden wat Jah gesproken had door de profeet die zei:
"Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen."

16

 

Toen Herodes begreep dat hij door de astrologen voor de gek werd gehouden, werd hij zeer kwaad, gaf bevel en doodde alle zonen in Bethlehem en haar omgeving, van twee jaar en minder, zoals hij had gehoord volgens de tijdsperiode van de astrologen.

17

 

Toen werd vervuld zoals was gesproken door de profeet de profeet Jeremia die zei:

18

 

"Geluid werd gehoord in Rama,
huilen en hevig rouwen,
Rachel die om haar kinderen rouwt,
Zij wenste niet te worden vertroost,
want zij waren er niet."

19

 

Nadat Herodes stierf, verscheen de boodschapper van Jah in een droom aan Jozef in Egypte,

20

 

en zei: "Sta op, neem het kind, en zijn moeder en ga op weg naar het land Israël, want degenen die naar het leven van het kind stonden zijn dood."

21

 

Dus stond hij op en nam het kind en zijn moeder en ging het land van Israël binnen.

22

 

Maar toen hij hoorde dat Archelaüs regeerde in Judea in plaats van zijn vader Herodes, werd hij bang om te gaan. Nadat hem een goddelijke waarschuwing was gegeven trok hij zich terug naar de gebieden rond Galilea.

23

 

Toen hij daar kwam, vestigde hij zich in een stad genaamd Nazareth, zodat vervuld zou worden wat werd gesproken door de profeten: "Hij zal een Nazarener genoemd worden." Woorspeling in het Hebreeuws tussen Nazareth and Netzer (spruit Is 11:2(11:1))

Hoofdstuk 3

1

 

In die dagen kwam Johannes de doper en hij zou prediken in de wildernis van Judea.

2

 

Hij zei: "Toon berouw in uw levens want het koningschap van de hemel zal worden aangekondigd" is offered to come: volgens hebreeuwse tekst. volgens hebreeuwse tekst. t’shuvah omkeren, terugkeren; “omkeren van de zonde en terugkeren naar de Schepper”.

3

 

Dit is gesproken door Jesaja, de profeet die zei:
"De stem van een roepende in de wildernis,
bereid de weg van Jah,
en maak zijn pad recht!"

4

 

Deze Johannes had kleding van kamelenhaar en een leren riem om zijn middel, en zijn voedsel [bestond uit] sprinkhanen en wilde honing.

5

 

Daarop kwamen heel Judea en heel het gebied rond de Jordaan naar hem toe,

6

 

en werden er door hem gedoopt in de Jordaanrivier terwijl zij hem openlijk hun zonden bekenden.

7

 

Maar dat trok de aandacht van de Farizeeën en Sadduceeën die kwamen kijken naar de doop. Johannes zei hun: "Addernesten! Wie zal jullie helpen te vluchten van het nabije oordeel? Griekse transliteratie van Zonen van Zadok (Tsadokim, Ezechiël 44:15). Afstammelingen van de priesters die de tempel van Salomo inweidden. Zij waren Thora-getrouw maar verwierpen de opstanding. Zij werden geacht de Komende te zalven.

8

 

Breng daarom vruchten voort, die bij berouw passen,

9

 

en beeldt u niet in te zeggen: 'Wij hebben Abraham tot vader', ik zeg u dat God zonen voor Abraham uit deze stenen kan voortbrengen! Zonen en Stenen: Hebreeuwse woordspeling

10

 

Zie, de bijl is aan wortel van alle bomen geplaatst; elke boom die geen goede vruchten voortbrengt, zal omgehakt en in het vuur geworpen worden.

11

 

Ik doop u wel in water om [uw] berouw, maar van degene die na mij komt, sterker dan ik, ben ik ongeschikt zijn sandalen af te nemen. Hij zal u dopen met het vuur van heilige adem.(bastazo) kan betekenen dragen of afnemen (941) Hij zal u dopen met heilige adem en vuur.

12

 

Zijn wanschop is in zijn hand, en hij zal de dorsvloer grondig reinigen en hij zal het graan bundelen in de graanschuur, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur."

13

 

Toen ging Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes om gedoopt te worden,

14

 

maar Johannes belette het hem en zei: "Ik moet door u gedoopt worden maar u komt tot mij?"

15

 

Jezus antwoordde en zei hem: "Laat het zo zijn, want het is juist alles wat rechtvaardig is uit te voeren." Toen stond hij hem toe.

16

 

Nadat Jezus gedoopt was, kwam Jezus onmiddellijk uit het water en de hemel werd voor hem geopend en [hij] zag de adem van God als een duif op hem neerdalen

17

 

En zie! En een stem uit de hemel die zei: "Dit is mijn geliefde zoon, in wie ik welbehagen heb." Jesaja 42:1

Hoofdstuk 4

1

 

Toen werd Jezus door de heilige adem naar de wildernis geleid, om getest te worden door de Lasteraar.

2

 

En hij vastte veertig dagen en veertig nachten waarna hij honger kreeg.

3

 

Toen kwam de Tester bij hem en zei: "Als u een zoon van God bent, zeg dan dat deze stenen broden moeten worden."

4

 

Maar hij antwoordde en zei: "Er staat geschreven:
'Niet van brood alleen zal de mensenzoon leven, maar van elke uitspraak die voorkomt uit de mond van Jah.'"

5

 

Toen nam de Lasteraar hem mee naar de heilige stad en plaatste hem op de kantelen van de tempel, sommige hss: Jeruzalem

6

 

en hij zei hem: "Als u een zoon van God bent, werpt u dan naar beneden, want er staat geschreven:
'Zijn boodschappers draagt hij op betreffende u; zij zullen u op hun handen dragen zodat uw voeten geen steen stoten.'"
Psalmen 91:11

7

 

Jezus zei hem: "Nogmaals, er staat geschreven:
'Beproef Jah, uw God, niet.'"

8

 

Weer nam de Lasteraar hem mee, naar een zeer hoge berg en toonde hem alle wereldkoninkrijken en hun glorie

9

 

en zei hem: "Dit alles zal ik u geven zodra u neervalt en mij aanbidt."

10

 

Toen zei Jezus hem: "Verdwijn Tegenstander! want er staat geschreven:
'Jah, uw God zult u aanbidden, en hem alleen zult u dienen.'"

11

 

Daarop verliet de Lasteraar hem en zie! boodschappers naderden en gingen hem bedienen.

12

 

Toen Jezus hoorde dat Johannes was gearresteerd vertrok hij naar Galilea. In Griekse Hss: hij

13

 

Nadat hij Nazareth verliet, verbleef hij in Kapernaüm aan de kust, grenzend aan Zebulon en Naftali,

14

 

zodat vervuld zou worden wat gesproken was door de profeet Jesaja die zei:

15

 

"Land van Zebulon en land van Naftali, zeeweg, aan de overkant van de Jordaan, werelds Galilea,

16

 

de mensen die in de duisternis zaten hebben een groot licht gezien en zij die wonen in het land en de schaduw van dood; een licht is aan hen verschenen."

17

 

Vanaf toen, begon Jezus te prediken en te zeggen: "Heb berouw, want het hemelkoningschap wordt aangeboden." Hebrew: hbwrq Aramaic: tbrq literally “an offered thing” or “a near thing”. This has been misunderstood in the Greek as a proclamation that the Kingdom was “near”

18

 

Terwijl Jezus langs de Zee van Galilea wandelde, zag hij twee broers, Simon die Cefas werd genoemd en Andreas zijn broer, vissersnetten in de zee werpen want zij waren vissers.

19

 

En hij zei hun: "Volg mij en ik zal jullie vissers van mensen maken."

20

 

En onmiddellijk verlieten zij hun netten en zij volgden hem.

21

 

En van daar verdergegaan zag hij twee andere broers, Petrus [zoon] van Zebedeüs en Johannes zijn broer in de boot met Zebedeüs, hun vader, hun netten herstellen en hij riep hen.

22

 

Onmiddellijk verlieten zij de boot en hun vader, zij volgden hem.

23

 

En Jezus ging door heel Galilea en in hun vergaderingen onderwijzen en het goede nieuws prediken, elke ziekte en elke kwaal genezen onder de mensen.

24

 

En zijn faam werd gehoord door alle mensen. Al wie ernstig ziek met verschillende ziekten waren kwamen bij hem; zij die werden gekweld met pijn, bezetenheid, epilepsie en verlamming. En hij genas hen. se·le·ni·a´zo·ma, σεληνιαζομενους = maanziek etymologisch v. bijgeloof dat de maan deze ziekteverschijnselen veroorzaakte. redactie van J. Orr, 1960, Deel III, blz. 1941. (ha-am) of naar heel Syrië (heb: aram):

25

 

En vele menigten, uit Galilea, Decapolis, Jeruzalem en Judea en de overzijde van de Jordaan, volgden hem.

Hoofdstuk 5

1

 

Toen [hij] de menigten zag, ging hij de berg op en nadat hij ging zitten kwamen zijn leerlingen naar hem toe.

2

 

En hij opende zijn mond en begon hen te onderwijzen en zei:

3

 

"Gezegend de spiritueel armen,
want van hen is het hemelkoningschap. makarioi, μακαριοι, kan zowel gelukkig als gezegend betekenen. Gezegend is passender was alleen zegen komt van boven. Geluk kan ook uit iemand zelf komen. Zegen niet.

4

 

Gezegend de treurenden,
want zij zullen vertroost worden. Zodhiates: when someone suffers … but rather, it is a joy that comes from gaining a better relationship with God

5

 

Gezegend de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde beërven.

6

 

Gezegend wie hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid,
want zij zullen gevoed worden.

7

 

Gezegend de weldoeners,
want hun zal welgedaan worden.. In Vine’s Expository Dictionary of Old and New Testament Words staat: „ELEOS (?????) ’is de uiterlijke manifestatie van medelijden; eleeemosuneen = aalmoezeniers

8

 

Gezegend de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.

9

 

Gezegend de vredestichters,
want zij zullen zonen van God worden genoemd.

10

 

Gezegend wie vervolgd zijn om rechtvaardigheid,
want van hen is het hemelkoningschap.

11

 

Gezegend ben je wanneer men je lastert, je vervolgt en liegend allerlei onrecht toeschrijft om mijn naam.

12

 

Veel geluk en juich! Want je beloning is groot in de hemel; want zo vervolgden zij de profeten vóór jou.

13

 

Jullie zijn het aardse zout; mocht het zout bederven, hoe zal het weer zout worden? In niets is het nog smakelijk en men zal het hebben gestrooid [op paden] en laten bewandelen door mensen. Letterlijk 'ondervoeten'. Het zout dat men gebruikte onzuiver, vermengd met plantaardige materialen en stoffen uit de bodem; het kon zijn zoutheid totaal verliezen, terwijl er een aanzienlijke hoeveelheid bodembestanddelen overbleef.

14

 

Jullie zijn het aardse licht. Een stad gelegen aan de top van een berg kan niet verborgen worden.

15

 

Ook ontsteekt men geen lamp en plaatst haar onder een mand maar op een standaard zodat het allen in het huis verlicht. (gr. modion), Letterlijk maatmand of meeteenheid voor 9l, korenmaat

16

 

Schijn je licht dus tegenover mensen, want mochten zij je goede werken opmerken dan zouden zij je Vader groots maken, die in de hemel is.

17

 

Denk niet dat ik ben gekomen om de Thora of de Profeten af te schaffen; niet om af te schaffen maar om [haar] te vervullen ben ik gekomen.

18

 

Amen, want ik zeg je dat hemel en aarde eerder zouden voorbijgaan; nee, niet één letter of één leesteken van de Thora zou voorbijgaan voordat [zij werkelijk] geheel zou worden uitgerold. γενηται(geneetai) letterlijk 'gegenereerd' of uitgerold: ivm beeldspraak van vervullen & uitrollen van een scroll in Jezus' tijd. Zie vorig vers πληρωσαι = vervullen (pleeroosai).

19

 

Wie ooit één van de kleinste voorschriften zou schenden en anderen daarna mocht onderwijzen, zal de minste worden genoemd in het hemelkoninkrijk, maar wie ze zou onderhouden én onderwijzen zal de grootste worden genoemd in het hemelkoninkrijk.

20

 

Ik zeg daarom, zou je rechtvaardigheid nooit overvloediger zijn dan dat van de Schriftgeleerden en de Farizeeën, nee, dan zul je niet het hemelkoninkrijk binnengaan.

21

 

Je hebt gehoord dat tot de ouden werd gezegd: 'U zult niet moorden', maar wie toch zou moorden, in aanmerking komt voor de rechtbank.

22

 

Maar ik zeg je dat wie ook, zonder reden boosheid oproept bij zijn broeder, in aanmerking komt voor oordeel. Maar wie tegen zijn broeder zegt: 'ik spuug op je!', wordt veroordeeld door de vergadering, maar wie 'dwaas' mocht zeggen [zelf] in aanmerking komt voor de vurige vuilnisbelt. Aramees (raqa, niet raka) voor de zwaarste belediging voor een jood lett: (γεενναν) gehenna hebr: dal van Hinnom Moron, lat: fatue reus Correctie door peshitta

23

 

Mocht je nu je offer naar het altaar brengen en je daar herinneren dat je broeder iets tegen je heeft,

24

 

laat het offer daar bij het altaar, ga terug, en sluit eerst vrede met je broeder, kom terug en breng dan je offer.

25

 

Tref snel een schikking met je tegenpartij zolang je op weg bent met hem. Anders zou de tegenpartij de zaak overgeven aan de rechter, en de rechter [laat het over] aan een politieagent, die je vastzet.

26

 

Amen, zeg ik je, nee, je komt niet vrij totdat je de laatste cent hebt gecompenseerd. kodranteen = 1/64 v.e. denarius, dagloon

27

 

Je hebt gehoord dat werd gezegd dat je geen overspel moet plegen. Exodus 20:14

28

 

Maar ik zeg je dat al wie verlangend naar een vrouw kijkt, al overspel met haar in zijn hart heeft gepleegd.

29

 

Als je rechteroog je doet struikelen, ruk het uit en gooi het weg want het is beter één van je ledematen te vernietigen dan dat je hele lichaam op de vurige vuilnisbelt wordt geworpen. Overdrachtelijk bedoeld en betekent "stop daarmee", net zoals de vurige vuilnisbelt, gehenna, overdrachtelijk is bedoeld.

30

 

En als je rechterhand je doet struikelen, hak het af en werp het weg want het is beter één van je ledematen te vernietigen dan dat je hele lichaam op de vurige vuilnisbelt wordt geworpen.

31

 

Er werd gezegd dat wie zijn vrouw wegdoet, haar een scheidingscertificaat geeft. Deuteronomium 24:1

32

 

Maar ik zeg je dat al wie zich van zijn vrouw laat scheiden zonder dat er sprake is van overspel, haar overlaat aan overspel, en [dat] wie een [zo] gescheiden vrouw mocht trouwen overspel pleegt.

33

 

Ook heb je gehoord tot de ouden werd gezegd: 'Lieg niet in uw eed, maar vervul uw eed voor Jah.' Leviticus 19:12

34

 

Maar ik zeg je dat je niet moet zeggen: 'Ik zweer bij de hemel' want [dat] is de troon van God, Het OT verbood niet zweren in Gods Naam (Gen 24:3, lev 19:12; De 6:13; 10:20; Jes 65:16; Jer 12:16) maar valse eden. Farizeeën omzeilden dat door dan maar vals te zweren bij andere voorwerpen of dingen. De vulgaat en shem tob komen overeen.

35

 

niet bij de aarde, want [dat] is zijn voetbank, en ook niet bij Jeruzalem, want [dat] is de stad van de grote Koning.

36

 

Zweer ook niet bij je hoofd, want je kunt niet één haar wit of zwart te maken.

37

 

Laat je ja-woord 'ja' zijn, en je nee-woord, 'nee'. Wat daar ook bij komt, is uit de goddeloze.

38

 

Je hebt gehoord dat werd gezegd: 'Oog voor oog, en tand voor tand.' Exodus 21:24

39

 

Maar ik zeg je dat je onrecht niet tegenstaat maar wie je op de rechterwang slaat, keer je ook de andere toe. (gr. ponero) obsceniteit of slechtheid

40

 

En wie je wil dagvaarden en beslagleggen op je onderkleed, laat die dan ook je mantel hebben.

41

 

Vereist iemand van je één mijl te gaan? Ga er dan twee met hem. Een Romeinse mijl van 1479,5 m

42

 

Geef wat iemand je vraagt en weiger niet als iemand van je wil lenen. zonder rente?: Deut 23:19 en lev 25:36

43

 

Je hebt gehoord dat werd gezegd: 'Heb uw naaste lief, en haat uw vijand.' Leviticus 19:18 Farizeese toevoeging aan wet.

44

 

Maar ik zeg je: heb je vijanden lief, zegen wie jou vervloeken, doe het aangename voor wie jou haten en bid voor wie jou overweldigt en vervolgt, Dit gedeelte vanaf de comma staat alleen in de Peshitta

45

 

zodat je een zoon mag zijn van je Vader, die in de hemel is, degene die de zon laat opkomen voor slechten en goeden en regens zendt over de rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

46

 

Want zou je liefhebben wie jou liefheeft, wat voor beloning heb je dan? Doen niet zelfs de belastinginners zo?

47

 

En als je alleen je broeders vrede groet, wat doe je dan meer? Doen niet zelfs de heidenen zo? of natiën: εθνικο, ethnikoi: of hebreeuws 'gojim'. Peshitta geeft 'belastinginners' weer.

48

 

Je moet daarom volmaakt zijn zoals je hemelse Vader volmaakt is.

Hoofdstuk 6

1

 

Doe weldaad in stilte zodat je dat niet doet voor mensen, om door hen gezien te worden, wants anders heb je geen beloning bij je Vader, die in de hemel is. alexandrijns grieks: rechtvaardigheid, byzantijns, weldaad. Volgens paul Younan weldaad, omdat het aramees hier op 2 manieren vertaald kan worden.

2

 

Wanneer je een weldaad verricht, trompet dat dan niet voor je uit, zoals de hypocrieten doen op de vergaderingen en de straten, zodat ze door mensen groots worden gemaakt. Amen, zeg ik je. Zij hebben hun beloning al.

3

 

Maar laat, wanneer je weldaad verricht, de linker[hand] niet weten wat de rechter[hand] doet,

4

 

zodat je weldaad in discretie mag zijn, en je Vader, die het discrete waarneemt, je compenseert. of in stilte waarnemen, of waarnemen dat in stilte, of waarnemen en in stilte compenseren.De vele bijbelvertalingen tonen vele varianten wegens gebrek aan comma's in griels

5

 

En wanneer je bidt, wees niet als de hypocrieten, want zij staan graag te bidden op de vergaderingen en op de hoeken van de marktplaatsen, om te worden gezien door mensen. Amen, zeg ik je. Zij hebben hun beloning helemaal. ook wel brede straten: (= grieks plateion)

6

 

Maar wanneer je zou bidden, ga je privé-kamer in, en na het sluiten van de deur bid je tot je Vader die in het discrete is, en je Vader die het discrete waarneemt, zal je compenseren. 1) merriam-websters betekenis 3 van 'secret' 'in private room' dus in secret : in a private place or manner2) a prayer traditionally said inaudibly by the celebrant just before the preface of the mass Krypto

7

 

Wees tijdens het bidden niet als babbelaars zoals de heidenen, want zij hopen dat zij door veel woorden gehoord zullen worden. letterlijk bata (herhaal) logos (woorden) (gese verklaring) Syriac; hypocrieten

8

 

Imiteer hen daarom niet want je Vader weet wat je nodig hebt [al] vóór je hem vraagt. NWV: 'God, Je Vader'

9

 

Bid daarom zo:
  Onze hemelse Vader,
  heilig is uw naam.

10

 

  uw troon zal komen,
   uw wil geschiedt,
  als in de hemel,
  zo ook op aarde,

11

 

  geef ons het brood,
  t'is heden onze nood,

12

 

 en vergeef ons onze fouten,
 na wij wie die aan ons door anderen vergeven,

13

 

  verlaat ons niet onder verleiding,
  van de kwade geef ons bevrijding,
  want van u is het koninkrijk,
  en de macht,
  en de glorie
,
  voor altijd en eeuwig, amen.
Jakobus 1:13,14. Volgens James Scott beter hebreeuws idioom

14

 

Want zou je de misstappen van anderen vergeven dan zal je hemelse Vader ook die van jou vergeven.

15

 

Zou je anderen niet vergeven, dan zal je Vader jouw misstappen ook niet vergeven.

16

 

Mocht je vasten, wees niet zoals de hypocrieten die een ernstig gezicht zetten, want zij veranderen hun uiterlijk zodat anderen opvalt dat ze vasten. Amen, zeg ik je. Zij hebben hun beloning al.

17

 

Dus, zalf je hoofd met olie en was je gezicht wanneer je vast,

18

 

zodat niet gezien zou worden door mensen dat je vast maar door je Vader die in het discrete is. Dan zal je vader die het discrete waarneemt, je compenseren.

19

 

Stapel geen schatten op aarde, waar mot en roest verteert, en dieven inbreken en stelen, Woordspeling in aramees tussen dieven en stelen en stapelen en opslaghuizen

20

 

maar stapel je schatten in de hemel, waar zowel mot als roest ze niet verteren en waar dieven niet inbreken en stelen,

21

 

want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

22

 

De lamp van het lichaam is het oog. Als je oog dan zuiver is, dan zal je hele lichaam verlicht zijn,

23

 

maar mocht je oog onzuiver zijn, dan is je hele lichaam donker. Als het licht echter in jezelf, duister blijkt, hoe groot dan de duisternis!

24

 

Niemand kan twee meesters dienen. Óf men zal de een haten, en de ander liefhebben, óf de een vasthouden en op de ander neerzien. Je kunt niet God én rijkdom dienen. mammon (godheid)(Strong's 1398), slaaf zijn, dienen, dienst doen

25

 

Daarom zeg ik je: Wees niet bezorgd over je leven; wat je zou eten of wat je zou drinken, of waarmee je je lichaam zou kleden. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam meer dan kleding?

26

 

Kijk hoe de vogels in de lucht niet zaaien, oogsten, of verzamelen in schuren, en toch voedt je hemelse Vader ze. Ben je niet meer waard dan zij? ouranou, hemel, IT-1 (hemel) aardatmosfeer. Anders dan hemel waar Jah woont.

27

 

Wie van jullie kan door bezorgd te zijn één el aan de levensduur toevoegen? 44,5 cm.

28

 

En wat kleding betreft, waarom ben je bezorgd? Bestudeer hoe de lelies van het veld opgroeien. Ze zwoegen niet en spinnen niet. ze maken geen wolgaren voor kleding

29

 

Ik zeg je dat zelfs Salomo in al zijn glorie niet als één van deze [lelies] was gekleed. Jezus gebruikt het 'licht-zwaar' (khomer v'kol) stijlfiguur. Probleem: Voorbeeld licht, voorbeeld zwaar, wat waar is voor 'licht' is ook waar voor 'zwaar'

30

 

Zou God jou niet eerder kleden dan het groen van het land dat er vandaag is en morgen in de oven wordt geworpen, wantrouwer?

31

 

Wees dus niet bezorgd door te zeggen: 'Wat zullen we eten?' of: 'Wat zullen we drinken?' of: 'Wat zullen we aandoen?'

32

 

Al deze dingen zoeken de mensen van deze wereld, en je Vader in de hemel weet ook dat je al deze [dingen] nodig hebt. wereldse mensen

33

 

Zoek dus eerst het koningschap van God en zijn rechtvaardigheid, en al deze [dingen] worden je toegevoegd.

34

 

Wees daarom nooit bezorgd over morgen, want morgen zal zijn eigen zorgen hebben. Het kwaad van de dag is voldoende.

Hoofdstuk 7

1

 

Oordeel niet, zodat je zelf niet wordt geoordeeld.

2

 

Met het oordeel dat jij oordeelt, zul je geoordeeld worden, en met de maat waarmee jij meet, zul je gemeten worden.

3

 

Waarom kijk je naar het strootje in het oog van je broeder, maar negeer je de balk in je eigen oog?

4

 

Of zeg je tegen je broeder: 'Laat me het strootje uit uw oog verwijderen' en zie die balk in je eigen oog eens!

5

 

Hypocriet! Verwijder eerst de balk uit je eigen oog, dan zul je helder zien om het strootje uit het oog van je broeder verwijderen.

6

 

Hang geen oorbellen aan honden en plaats je parels niet voor de zwijnen zodat ze zich niet omdraaien, ze vertrappen met hun poten, zich omkeren en zich tegen jou keren. Geef dat wat heilig is, Oorbellen + Honden, Sieraden + Zwijnen, synthetic parallelismVolgens correctie via peshitta.

7

 

Vraag en het zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal je opgedaan worden.

8

 

Ieder die vraagt, ontvangt, en degene die zoekt vindt, en wie klopt zal worden opengedaan.

9

 

Of is er iemand onder jullie van wie zijn kind brood vraagt het dan een steen geeft?

10

 

Of als een vis wordt gevraagd, zou hij het een slang geven?

11

 

Als je dan slecht bent, [toch] goede gaven weet te geven aan je nakomelingen, hoeveel eerder zal je hemelse Vader goede gaven schenken aan wie hem vragen? poneeroi, zuiver vs onzuiver oog

12

 

Alles wat je graag wilt dat men voor jou doet, doe dat dan ook voor anderen want dat is [volgens] de Thora en de Profeten.

13

 

Ga door de vernauwde deur, want wijd [is] de deur en breed [is] de weg die naar vernietiging leidt, en velen gaan daardoor.

14

 

Want vernauwd is de deur en smal is de weg die tot leven leidt, en weinigen vinden haar. steno, ingekort, shrank geslonken having-been-narrowed

15

 

Pas op voor de valse profeten, die tot je komen in schaapskleding, maar van binnen roofzuchtig zijn als een wolf.

16

 

Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Niemand plukt druiven van doorns, of vijgen van distels.

17

 

Dus elke goede boom levert goede vrucht, maar een verrotte boom levert waardeloze vrucht. zowel financieel als vruchten

18

 

Een goede boom kan geen verdorven vrucht leveren, ook kan een waardeloze boom geen goede vrucht leveren.

19

 

Elke boom zonder goede vrucht, wordt omgehakt en in vuur geworpen.

20

 

Aan hun vrucht zul je hen dus kennen.

21

 

Niet iedereen die me zegt: 'Heer, heer!' zal het hemelkoningschap binnengaan, maar diegene die de wil van mijn hemelse Vader doet.

22

 

Velen zullen me zeggen op die dag: 'Heer, heer!' voorzeiden we niet in uw naam, en wierpen we niet in uw naam demonen uit en deden we niet in uw naam vele krachtige werken?

23

 

En ik zal hun ronduit zeggen: 'Ik heb u nooit gekend, verwijder u van mij, wetteloze werkers!'

24

 

Daarom zal iedereen die mijn woorden hoort en ze doet worden vergeleken met een wijs man die zijn huis bouwde op een rots.

25

 

En de regenbui en de rivieren kwamen, de wind waaide en ze beukten het huis, en het viel niet, want ze was gefundeerd op een rots.

26

 

Maar wie mijn woorden hoort en deze niet doet, zal worden vergeleken met een onverschillige man, die zijn huis op zand bouwde. Of 'domme'

27

 

En de regenbui en de rivieren kwamen, de wind waaide en ze beukten het huis, zodat het instortte. Haar val was volledig."

28

 

Toen Jezus zijn woorden beëindigde stonden de menigten sprakeloos van zijn onderwijs. onderwijzen

29

 

Want hij onderwees hen als iemand met autoriteit en niet zoals hun Schriftgeleerden en de Farizeeën.

Hoofdstuk 8

1

 

Toen hij van de berg afdaalde volgden hem vele menigten.

2

 

En zie! Daar kwam een melaatse die hem eerde en zei: "Heer, als u alleen maar zou willen kunt u me rein maken!" proskuneO: niet aanbidden

3

 

Jezus strekte zijn hand uit, raakte hem aan en zei: "Ik wil het, word rein!" en onmiddellijk werd hij gereinigd van zijn melaatsheid.

4

 

En Jezus zei hem: "Zie, waarom zou je iemand spreken? Maar ga op weg, toon jezelf aan de priester en breng de door Mozes voorgeschreven offers, hen tot getuigenis" Volgens peshitta vragende vorm.

5

 

Toen kwam Jezus in Kapernaüm. Een centurion naderde hem en smeekte hem over 100 man

6

 

en zei: "Heer! Mijn knecht ligt verlamd thuis, en heeft hevige pijn!" Volgens sommige hebreeuwse hss: mijn kind

7

 

en [Jezus] zei hem: "Ik zal komen en hem genezen." of als ik daar kom: erchomai

8

 

De centurion antwoordde en zei: "Heer! Ik ben onwaardig, dat u onder mijn dak zou komen, maar zegt u een woord en mijn knecht zal genezen worden.

9

 

Want ik ben een mens die onder autoriteit soldaten onder zich heeft, en ik zeg tot de ene: 'ga!' en hij gaat, en tot de andere: 'kom!', en hij komt, en tot mijn knecht: 'doe dit!' en hij doet."

10

 

Jezus luisterde en verbaasde zich en zei tot wie hem volgden: "Amen, zeg u dat ik zelfs niet in Israël zo'n sterk vertrouwen heb gevonden! door correctie met Peshitta

11

 

Ik zeg u dan dat velen komen uit het oosten en het westen en zullen aanliggen met Abraham, Isaäk en Jakob in het hemelkoninkrijk.

12

 

Maar de zonen van het koninkrijk zullen worden uitgeworpen in het duistere buiten. Daar zal huilen en tandenknarsen zijn."

13

 

En Jezus zei tot de centurion: "Ga! Zoals u hebt vertrouwd zal het worden!" En zijn knecht werd genezen op dat uur.

14

 

Toen Jezus in het huis van Petrus was gekomen zag hij de schoonmoeder van hem met koorts in bed liggen. dwz de schoonmoeder van Petrus

15

 

Daarop raakte hij haar hand, en de koorts verliet haar. Ze stond op en ging hem dienen.

16

 

Toen het avond werd bracht men hem vele door demonen bezetenen en met een woord wierp hij de geesten uit, en al wie ziek waren hadden genas hij,

17

 

zodat vervuld mocht worden wat werd gesproken door Jesaja, de profeet die zei:
"Hij nam onze ziekten,
en droeg onze kwalen."

18

 

Toen Jezus dan menigten rondom zag, gaf hij opdracht om naar de overkant te varen.

19

 

en er naderde een Schriftgeleerde die hem zei: "Leraar, ik zal u volgen waar u dan ook heen gaat!"

20

 

en Jezus zei hem:
"De vossen hebben holen,
en de vogels van de hemel nestelen,
maar de Mensenzoon heeft geen,
plaats om het hoofd neer te leggen."

21

 

Een één van zijn leerlingen zei hem: "Heer! sta me toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven, correctie Shem-Tov

22

 

maar Jezus zei hem: "Kom, volg mij en laat de doden hun doden begraven."

23

 

Toen hij in een boot stapte, volgden zijn leerlingen hem.

24

 

En zie! Een sterke golfslag kwam op zee, zodat de boot door de golven werd bedekt, maar hij sliep. gr. Seismos

25

 

En zij kwam bij hem, schudden hem wakker en zeiden: "Heer, help, we vergaan!"

26

 

En hij zei hun: "Waarom zijn jullie bang, wantrouwenden?" Hij stond op en bestrafte de wind en de zee en het werd volledig stil. of kleingelovigen

27

 

En de mensen verbaasden zich, en zeiden: "Wat voor iemand is hij dat ook de wind en de zee hem gehoorzamen?"

28

 

Toen Jezus aan de andere kant kwam bij de plaats van de Gadarenen onmoetten hem twee bezetenen die uit de herinneringsgraven kwamen. [Zij waren] zo woest dat niemand langs die weg kon gaan. Aramees AaT,eA (komen)

29

 

Zij schreeuwden en zeiden: "Hebben wij wat van u Jezus, zoon van God? U bent hier te vroeg gekomen om ons te pijnigen!"

30

 

Nu was daar op een afstandje van hen vandaan, een grote kudde zwijnen die werd gehoed.

31

 

En deze demonen bleven hem vragen en zeiden: "Als u ons uitwerpt, sta ons toe in de kudde zwijnen te gaan!" volgens Peshitta; vs ipv zend ons (grieks) Smith Compendium

32

 

Toen zei Jezus hun: "Ga!" En onmiddellijk gingen zij uit en gingen in de zwijnen, en die hele kudde ging recht op een overhangende rots af en viel in zee, en zij stierven in de zee.

33

 

Maar de hoeders vluchtten naar de stad en openbaarden alles over die bezetenen.

34

 

Dus kwam de hele stad uit om Jezus te ontmoeten. Toen zij hem zagen vroegen zij hem om uit hun gebied te vertrekken.

Hoofdstuk 9

1

 

En hij stapte in een boot, stak over en kwam in zijn eigen stad.

2

 

En men bracht hem een verlamde die op een draagbed lag. Toen Jezus hun vertrouwen zag zei hij tot de verlamde: "Zoon, wees gerust, je zonden zijn vergeven!"

3

 

Maar sommige van de Schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: "Deze spreekt kwaad!"

4

 

Maar Jezus kende hun gedachten en zei hun: "Waarom bent u boos in uw hart?"

5

 

Want wat is makkelijker te zeggen: Uw zonden zijn vergeven, of: Sta en loop?

6

 

Dat u mag weten dat de Mensenzoon autoriteit heeft op de aarde zonden te vergeven." Toen zei Jezus tot de verlamde: "Sta op! neem uw draagbed op en ga naar uw huis."

7

 

Daarop stond hij op en ging naar zijn huis.

8

 

Toen de menigten dit zagen, werden zij zeer bevreesd en zij prezen God, die zulke macht aan de mensen geeft. zeer verbaasd: textus receptus. Waarom zouden mensen -bang- worden door wonderen? Volgens Shem Tov is 'bevreesd' woordspeling met 'zagen'. De laatste is meer waarschijnlijk omdat Mattheus een intellectuele schrijver was.

9

 

Toen Jezus vandaar wegging, zag hij iemand zitten in het belastingkantoor, Mattheüs genaamd. En zei hem: "Kom, volg mij!" hij stond hij op en volgde hem.

10

 

En het gebeurde dat Jezus een maaltijd gebruikte in het huis. En daar kwamen vele belastinginners en zondaars die samen aanlagen met Jezus en zijn leerlingen.

11

 

Toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot zijn leerlingen: "Waarom eet uw leraar met de belastinginners en zondaars?"

12

 

Maar hij hoorde het en zei:
"Niet de gezonden hebben een arts nodig,
maar zij die ziek zijn."

13

 

Ga leren wat dit betekent: 'Weldaad wil ik en geen offer,
want ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen,
maar zondaars.'

14

 

Toen naderden hem de leerlingen van Johannes en vroegen: "Waarom vasten wij en de Farizeeën, maar vasten veel van uw leerlingen niet?"

15

 

Daarop zei Jezus hun: "Hoe kunnen de zonen van de bruiloft vasten zolang de bruidegom met hen is? Maar de dagen komen dat bruidegom van hen weggenomen zal worden, dan zullen zij vasten.

16

 

Niemand nu zet een nieuw lapje op een afgedragen kledingstuk, want het en trekt aan de naad van het kledingstuk en de scheur wordt groter.

17

 

Ook schenkt men geen jonge wijn in oude zaken, anders barsten de zakken, de wijn loopt weg en de zakken gaan verloren. Maar doet men jonge wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.

18

 

Terwijl hij deze dingen tot hen sprak, kwam daar een opziener, hij eerde hem en zei: "Mijn dochter is zojuist gestorven, maar kom en leg uw hand op haar en zij zal leven."

19

 

Jezus stond op en zijn leerlingen gingen hem volgen.

20

 

Zie, een vrouw die twaalf jaar bloed vloeide naderderde hem van achteren en raakte de kwasten van zijn kleding aan. kwast volgens veel hss

21

 

want ze dacht bij zichzelf: "Als ik alleen maar zijn kleding zou aanraken zal ik worden genezen."

22

 

Maar Jezus draaide zich om, zag haar en zei: "Wees gerust dochter! Je vertrouwen heeft je gered." En de vrouw was genezen vanaf dat uur. of genezen

23

 

Toen Jezus in het huis van de opziener kwam, zag hij de fluitspelers en de tumult makende menigte.

24

 

Hij zei: "Maak plaats, want het meisje is niet gestorven maar ze slaapt!" En zij lachten hem uit.

25

 

Toen de menigte was weggestuurd, ging hij naar binnen, pakte haar hand vast, en het meisje stond op.

26

 

En de faam ging uit tot die gehele streek.

27

 

Toen Jezus vandaar ging, volgden hem twee blinden, die riepen en zeiden: "Betoon ons weldaad, zoon van David!"

28

 

Toen hij in het huis kwam naderden hem die blinde mannen. Jezus zei hun: "Vertrouwt u dat ik dit kan doen?" Ze zeiden hem: "Ja Heer!"

29

 

Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: "Laat het zijn zoals u hebt geloofd."

30

 

Onmiddellijk werden hun ogen geopend en Jezus gelastte hun en zei: "Zorg dat niemand [het] weet."

31

 

Maar zij gingen naar buiten en verspreidden zijn faam in heel dat gebied.

32

 

Toen Jezus naar buiten ging bracht men hem een een dove man die een demon had.

33

 

Nadat de demon uitging sprak de dove en de menigten zeiden: "Zoiets is nog nooit gezien in Israël!"

34

 

Maar de Farizeeën zeiden: "Hij werpt de demonen uit door het heerser van de demonen."

35

 

En Jezus ging al de steden en dorpen rond, terwijl hij onderwees in hun synagogen, het goede nieuws van het koninkrijk verkondigde en elke ziekte en kwaal genas.

36

 

Toen hij de menigten zag had hij medelijden met hen want zij waren vermoeid en verstrooid als schapen die geen herder hebben. Volgens sommige hss 'geplaagd' Smiths Compendium: weary,troubled

37

 

Dan zegt hij tot zijn leerlingen: "De oogst is werkelijk groot, maar er zijn weinig werkers.

38

 

Smeek daarom de Heer van de oogst dat hij werkers zou uitzenden in zijn oogst."

Hoofdstuk 10

1

 

Hij riep dan de twaalf leerlingen bij zich en hij gaf hun de autoriteit [over] onreine geesten om ze uit te werpen en om iedere kwaal en gebrek te genezen.

2

 

De namen nu van de twaalf apostelen zijn deze: eerst Simon, ook wel Petrus, en Andreas, zijn broer en Jakobus die van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer,

3

 

Filippus en Bartholomeüs; Thomas en Mattheüs de belastinginner; Jakobus van Alfeüs, en Thaddeüs.

4

 

Simon de Kananeeër en Judas Iskariot, die hem ook verraden heeft.

5

 

Jezus gaf deze twaalf apostelen opdracht, en zei: "Ga niet op [de] weg van de natiën en ga niet de steden van Samaritanen binnen. Volgens griekse hss 'de stad' maar 'steden' volgens peshitta wat ook logischer is, want er waren meer Samaritaanse steden.

6

 

Maar ga naar de verloren schapen van het verloren huis van Israël.

7

 

Ga en predik en zeg dat het hemelkoningschap wordt aangeboden. Hebrew: hbwrq Aramaic: tbrq literally “an offered thing” or “a near thing”. This has been misunderstood in the Greek as a proclamation that the Kingdom was “near”

8

 

Genees de zieken, wek de doden op, reinig de melaatsen, werp demonen uit. Je hebt kosteloos ontvangen, geef [dus] kosteloos.

9

 

Voorzie niet in goud, zilver of koper in je beursen,

10

 

of proviand voor onderweg, ondergoed, sandalen, of een staf, want de werker is zijn voedsel waard.

11

 

In wat voor stad of dorp je ook zou komen, onderzoek wie in haar waardig is en blijf daar tot je vertrekt.

12

 

Als je een huis binnengaat, wens dat huis vrede.

13

 

Als het huis het waard is, zal je vrede over haar komen, maar als het onwaardig is, zal je vrede tot je terugkeren.

14

 

Wie je niet zou ontvangen, of niet zou luisteren naar je woorden, verlaat het huis of die stad en schud het stof van je voeten.

15

 

Amen, ik zeg je dat het zal draaglijker zijn voor het gebied van Sodom en Gomorra op de de oordeelsdag dan voor die stad.

16

 

Ik zend je uit als schapen tussen wolven; word daarom voorzichtig als slangen en onschuldig als duiven.

17

 

Pas op voor mensen, want zij zullen je dagvaarden en je met de zweep slaan op hun vergaderingen.

18

 

En tot bestuurders en koningen zul je worden voorgeleid, hen en natiën tot getuigenis om mijn naam.

19

 

Wees niet bezorgd wanneer men je voorleidt, hoe of wat je zult spreken. Het zal je gegeven worden in dat uur wat je moet zeggen.

20

 

Want niet jij bent degene die spreekt, maar de adem van je Vader spreekt door jou.

21

 

Want broer zal broer overleveren tot de dood, en vader zal kinderen tegenstaan, en kinderen ouders tegenstaan en zij zullen hun dood veroorzaken.

22

 

En je zult door allen worden gehaat om mijn naam, maar degene die volhardt tot het einde zal worden gered.

23

 

Wanneer men je vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere. Amen, want ik zeg dat je niet alle steden van het huis van Israël zult volmaken totdat de Mensenzoon zal komen.

24

 

Er is geen leerling die groter is dan zijn meester of een knecht groter dan zijn heer.

25

 

Het is de leerling voldoende te zijn als zijn leraar, en de knecht als zijn heer. Als zij de huiseigenaar Beëlzebub noemen, hoeveel meer zijn de zonen van het huis dan?

26

 

Dus wees niet bang voor hen, want niets is verborgen dat niet zal worden geopenbaard, en [niets] is verborgen, dat niet bekend zal worden.

27

 

Wat ik je zeg in de duisternis, zeg dat in het licht. En dat wat je in het oor hoort [fluisteren], predik [dat] van de daken.

28

 

En wees niet bang voor wie het lichaam doden, maar de levensadem niet kunnen doden. Wees eerder bang voor Hem die lichaam én de levensadem vernietigt op [de] vurige vuilnisbelt. Aramees. De enige maal dat dit woord in het NT voorkomt. D'aLNaP,SHaA. Betekent levensadem

29

 

Worden niet twee mussen verkocht voor een klein bedrag? En niet één van hen zal op de grond vallen [zonder medeweten] van je Vader. „voor een assarion”; een zestiende van een denarius (dagloon)

30

 

Want zelfs al je hoofdharen zijn geteld.

31

 

Vrees daarom niet, want je bent meer waard dan vele mussen.

32

 

Een ieder die mij belijdt tegenover mensen, zal ik belijden tegenover mijn vader in de hemel.

33

 

Maar wie mij ontkent tegenover mensen, zal ook ik ontkennen tegenover mijn vader in de hemel.

34

 

Denk niet dat ik ben gekomen om vrede te brengen op de aarde. Niet om vrede maar een zwaard te brengen, kwam ik.

35

 

Ik kwam om [de] mens te verdelen tegen zijn vader, en dochter tegen haar moeder, en dochter tegen haar schoonmoeder.

36

 

Vijanden van de mens [zullen] zijn huisgenoten [zijn].Micha 7:6

37

 

Wie zijn vader over moeder meer liefheeft dan mij, is mij niet waardig, en wie zijn zoon of dochter meer liefheeft dan mij, is mij niet waardig.

38

 

En wie niet zijn martelpaal opneemt, en mij volgt, is mij niet waardig.

39

 

Wie zijn leven vindt, zal haar verliezen. En wie zijn leven verliest om mijn naam, zal haar vinden.

40

 

Wie jou ontvangt, ontvangt mij en wie mij ontvangt, ontvangt [ook] degene die mij uitzendt.

41

 

Degene die een profeet ontvangt in naam van een profeet, zal een profetenbeloning ontvangen, en wie een rechtvaardige ontvangt in naam van een rechtvaardige zal een rechtvaardigenbeloning ontvangen.

42

 

En wie ooit een beker koel water te drinken zou geven aan een van deze kleinen in naam van een leerling, amen, zeg ik je, hij zal zijn beloning niet missen."

Hoofdstuk 11

1

 

En het gebeurde dat toen Jezus zijn instructies aan zijn twaalf leerlingen voleindigde, hij vandaar vertrok om te onderwijzen en te prediken in hun steden.

2

 

Johannes nu, hoorde in de gevangenis over de daden van de Gezalfde en zond zijn leerlingen,

3

 

en vroeg hem: "Bent u de degene die zal komen of verwachten we iemand anders?"

4

 

En Jezus antwoordde en zei hun: "Ga, bericht Johannes wat jullie hebben gehoord en gezien.

5

 

Blinden zien, verlamden wandelen, melaatsen worden gereinigd, doven horen doden staan op en de armen wordt hoop gegeven,

6

 

en gezegend is wie niet struikelt door mij."

7

 

Toen zij weggingen, begon Jezus de menigten te spreken over Johannes: "Wat deed jullie uitgaan naar de wildernis? Om te staren naar een wuivend riet in de wind?

8

 

Zoniet, wat deed jullie uitgaan om te zien? Een man die zachte kleding droeg? Zie, degenen die zachte dingen dragen zijn onder de koningen! niet 'in huizen van'. Naar correctie Peshita

9

 

Zoniet, wat deed jullie uitgaan om te zien? Een profeet! Ja zeg ik jullie; en meer dan een profeet.

10

 

Want deze is over wie is geschreven:
'Zie, ik zend mijn boodschapper voor jou uit, zodat hij de weg vóór jou zal voorbereiden.'
Mal 3:1 citaat uit peshitta

11

 

Amen, zeg ik jullie; niet vóórdat uit vrouwen werd geboren is er iemand groter dan Johannes de Doper maar de kleinste in het hemelkoninkrijk is groter dan hij.

12

 

Van de dagen vanaf Johannes de Doper tot heden, wordt het koningschap van de hemel gezocht en wie haar zoeken grijpen haar vast. veel vertalingen gebruiken hier 'gewelddadige' uitdrukkingen, echter de context laat zien dat Jezus het over zijn trouwe volgelingen had, en niet over gewelddaad.

13

 

Want allen, de Profeten en de Thora hebben voorzegd over Johannes. correctie Shem Tov.

14

 

En als je het wilt accepteren dat dit Elia is die moest komen.

15

 

Wie oren heeft, laat die luisteren!

16

 

Met wie zal ik deze generatie vergelijken? Zij is zoals kleine kinderen op de markt, die roepen naar andere [kinderen]:

17

 

'We spelen fluit voor jullie, maar jullie dansen niet; we jammeren, maar jullie slaan je niet in verdriet.'

18

 

Het werd bekend dat Johannes net zomin eet als drinkt, toch zegt men: 'Hij heeft een demon.'

19

 

Het werd bekend dat de Mensenzoon zowel eet als drinkt, en men zegt: 'Zie, een mens, veelvraat en wijnverslaafde, vriend met belastinginners en zondaars.' Maar de wijsheid wordt gerechtvaardigd door haar daden." Dus niet kinderen. Correctie aramese peshitta

20

 

Toen begon Jezus de steden te verwijten in welke de meeste van zijn krachtige werken bekend werden, dat zij geen berouw toonden.

21

 

"Wee Chorazin! Wee Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de werken bekend werden die in jou bekend werden, zouden zij lang geleden in zak en as berouw hebben getoond.

22

 

Daarbij zeg ik je dat het voor Tyrus en Sidon dragelijker zal zijn op de oordeelsdag, dan voor jou.

23

 

En jij Capernaüm dat tot de hemel is gestegen. Tot het dodenrijk zul je neergehaald worden, want als de wonderen werden gedaan in Sodom welke in jou werden gedaan, zou ze tot vandaag bestaan. Jes 14:13,15

24

 

Daarom zeg ik je: Het zal voor Sodom dragelijker zijn op de oordeelsdag, dan voor jou."

25

 

Op dat moment, vervolgde Jezus en zei: "Ik dank u Vader, Heer van de hemel en de aarde, dat u deze dingen hebt verborgen voor de wijzen en de intellectuelen, maar ze hebt geopenbaard aan de kinderen.

26

 

Ja Vader, zo is het u aangenaam is gebleken.

27

 

Alles is aan mij overgegeven door mijn Vader, en niemand kent de Zoon beter dan de Vader, noch kent iemand de Vader beter dan de Zoon en een ieder aan wie de Zoon hem wil openbaren. Letterlijk: (paradidomi) overgeleverd epiginooskei, grondig kennen

28

 

Kom tot mij, allen die zwoegen en zwaar beladen zijn, en ik zal jullie rust geven.

29

 

Neem mijn juk op je, en leer van mij dat ik nederig van hart ben, en je zult innerlijke rust vinden, letterlijk "rust voor uw zielen"; Jer 6:16; Ps 23:3

30

 

want mijn juk [draagt] prettig en mijn vracht is licht."

Hoofdstuk 12

1

 

In die tijd wandelde Jezus op de Sabbat in de korenvelden. Zijn leerlingen nu werden hongerig, en begonnen aren te plukken en te eten.

2

 

Zodra de Farizeeën dit zagen, zeiden zij hem: "Zie eens hoe uw leerlingen doen wat onwettig is te doen op de Sabbat!"

3

 

Hij zei hun dan: "Hebt u niet gelezen, wat David deed toen hij en wie met hem zijn, honger hadden,

4

 

hoe hij het huis van God binnenging, en hij de broden van het altaar van Jah at, wat voor hem en evenmin voor de zijnen niet wettelijk was te eten behalve voor de priesters?

5

 

Of hebt u niet gelezen in de Thora dat de priesters die in de tempel de Sabbat schenden onschuldig zijn?

6

 

Maar ik zeg u dat iets groter dan de tempel hier is.

7

 

Als u geweten had wat betekent: 'Weldaad wil ik, en geen offer', dan had u de onschuldigen nooit veroordeeld,

8

 

want de Heer van de Sabbat, is de Mensenzoon."

9

 

En nadat hij vandaar weg was gegaan, kwam hij op hun vergadering. Synagoge

10

 

En daar was een zekere man die een verdorde hand had. En bleven hem vragen en zeiden: "Is het wettelijk op de Sabbat te genezen?" (zodat zij hem konden beschuldigen).

11

 

Daarop zij hij hun: "Is er iemand onder u die een schaap heeft; en als het in put valt op de Sabbat het niet zou grijpen en eruit tillen?" Voor de toehoorders, Farizeeën, was het hoeden van schapen een gruwel, maar voor het gewone volk niet.

12

 

Hoeveel dan is een mens meer waard een schaap? Daarom is het wettelijk op de Sabbat goed te doen."

13

 

Toen zei hij tot de man: "Strek uw hand uit!" En hij strekte zijn hand uit en het werd hersteld, zoals als de andere [hand].

14

 

En de Farizeeën gingen weg om te overleggen hoe zij hem konden opruimen.

15

 

Maar Jezus kwam het te weten en trok zich vandaar terug. En vele menigten volgden hem en hij genas hen allen.

16

 

En hij droeg hen op dat zij hem niet openbaar zouden maken,

17

 

zodat vervuld mocht worden wat was gesproken door de profeet Jesaja die zei:

18

 

"Zie! Mijn knecht in wie ik behagen heb,
mijn geliefde in wie mijn persoon vreugde heeft gevonden.
Ik zal mijn kracht in hem leggen,
rechtvaardigheid tot de natiën zal hij prediken,

19

 

Hij zal niet discussiëren of schreeuwen,
niemand zal zijn stem in de straat horen.

20

 

Een geknakt riet zal hij niet breken,
een smeulende pit niet smoren,
tot hij het recht in overwinning uitzendt.

21

 

en de natiën stellen hun hoop op hem." LXX voegt toe: Hij zal niet falen of ontmoedigd raken tot hij recht heeft gezet op aarde en de eilanden zullen wachten op zijn wet.

22

 

Toen werd een bezeten doofstomme blinde bij hem gebracht en hij genas hem zodat de doofstomme begon te spreken, en te zien.

23

 

En de hele menigte was zeer verbaasd en zei: "Is dit niet de Zoon van David?"

24

 

Maar de Farizeeën hoorden het en zeiden: "Niet deze [man] werpt demonen uit maar Beëlzebub, het hoofd van de demonen."

25

 

Maar Jezus kende hun gedachten, en zei hun: "Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf is verdeeld, zal worden vernietigd. Elk huisgezin en elke stad die verdeeld is tegen zichzelf zal niet stand houden.

26

 

En als Tegenstander Tegenstander uitwerpt is hij verdeeld tegen zichzelf! Hoe zal zijn koninkrijk dan standhouden? Satan

27

 

En als ik door Beëlzebub demonen uitwerp, door wie werpen uw zonen dan uit? Daarom zullen zij rechters over u zijn.

28

 

Maar als ik demonen door de adem van God uitwerp, is het koninkrijk van God tot u gekomen!

29

 

Of kan iemand het huis van een sterke man binnendringen, en zijn huisraad plunderen, behalve als hij eerst de sterke man zou binden? Daarna zal hij het huis plunderen.

30

 

Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij vergadert, verdeelt.

31

 

Daarom zeg ik u dat alle zonden en blasfemie de mensen vergeven zal worden. Maar blasfemie tegen de adem [van God] zal de mensen niet worden vergeven.

32

 

En wie ooit een woord tegen de Mensenzoon mocht spreken, het zal hem worden vergeven. Maar wie een woord tegen de heilige adem mocht spreken, het zal hem niet worden vergeven, niet in dit tijdperk of in het komende tijdperk.

33

 

Ofwel produceert de boom en zijn vruchten goed, of produceert de boom en zijn vruchten slecht. Aan de vruchten wordt de boom herkend.

34

 

Addernesten, hoe kunt u goede dingen spreken, terwijl u slecht bent? Want waar het hart van overloopt, daarmee spreekt de mond.

35

 

De goede mens brengt uit zijn goede schat goede dingen voort, maar de goddeloze mens brengt uit zijn goddeloze schat goddeloze dingen voort.

36

 

Maar ik zeg u dat voor iedere loze verklaring die mensen zullen doen, zij verantwoording moeten afleggen op de dag van oordeel.

37

 

Want wegens uw verklaringen zult u worden vrijgesproken, en wegens uw verklaringen zult u worden veroordeeld."

38

 

Toen antwoordden hem enkele Schriftgeleerden en Farizeeën, en zeiden: "Leraar! Wij willen een teken van u te zien."

39

 

Maar hij antwoordde en zei hun: "Een goddeloze en overspelige generatie blijft een teken zoeken. Een teken zal haar niet gegeven worden, behalve het teken van Jona, de profeet.

40

 

Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van reusachtige vis was, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het aardse hart zijn. Jona 1:17

41

 

Mannen van Ninevé zullen opstaan met deze generatie in het oordeel en zij zullen haar veroordelen, want zij toonden berouw op de prediking van Jona, en zie! meer dan Jona is hier.

42

 

De koningin van het Zuiden zal met deze generatie in het oordeel opstaan en [zij] zal haar veroordelen, want ze kwam van de einden van de aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie! Meer dan Salomo is hier!

43

 

Wanneer een onreine geest uit de mens gaat, zwalkt hij door waterloze plaatsen om rust te zoeken, maar vindt het niet.

44

 

Dan zegt hij: 'Ik zal terugkeren naar mijn huis, vanwaar ik kwam' en zodra hij komt, vindt hij het leeg, schoongemaakt en orderlijk.

45

 

Dan gaat hij en neemt nog zeven andere geesten, slechter dan hijzelf en zij gaan daar wonen, en het wordt uiteindelijk erger dan eerst. Zo zal het ook zijn met deze goddeloze generatie."

46

 

Terwijl hij bleef spreken tot de menigten, zie! Zijn moeder en zijn broers, stonden buiten en zochten hem te spreken.

47

 

Toen zei iemand hem: "Zie! uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u te spreken"

48

 

Maar Jezus antwoordde en zei tot diegene die hem aansprak: "Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?"

49

 

En hij strekte zijn hand uit naar zijn leerlingen en zei: "Zie! Mijn moeder en mijn broers!

50

 

Want wie de wil van mijn Vader in de hemel doet zijn mijn broers, mijn zusters en mijn moeder."

Hoofdstuk 13

1

 

Op die dag ging Jezus buiten huis en zat aan de kust.

2

 

En grote menigten verzamelden zich rond hem dus stapte hij in een boot om te zitten en de hele menigte stond aan de kust.

3

 

En hij sprak tot hen in gelijkenissen en zei: "Zie, een zaaier ging naar buiten om te zaaien.

4

 

Terwijl hij zaaide viel er wat langs de weg. De vogels kwamen en aten het.

5

 

Het andere viel op grind, waar niet veel aarde was, en onmiddellijk schoot het op, omdat er niet voldoende aarde was.

6

 

Toen de zon opkwam, werd het heet en omdat het niet voldoende wortel had verdorde het.

7

 

En iets viel op een doornige plaats. De dorens kwamen op en verstikten het.

8

 

Het andere viel op goede grond, droeg vrucht. Een deel honderd-, een deel zestig- of dertigvoud.

9

 

Wie oren heeft om te luisteren, luister!"

10

 

En de leerlingen kwamen hem en zeiden hem: "Waarom spreekt u tot hen in gelijkenissen?"

11

 

Hij antwoordde daarop en zei hun: "Aan jullie is gegeven het mysterie van het hemelkoningschap te kennen, maar niet aan hen.

12

 

Want hem die heeft, zal gegeven worden en het zal toenemen. Maar van hem die niets heeft zal zelfs wat hij heeft afgenomen worden.

13

 

Daarom spreek ik in gelijkenissen tot hen, want 'Zij zien en zien toch niet. Zij horen en toch horen zij noch begrijpen zij.' Jesaja 6:10

14

 

En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld die zei:
'Door te horen zult u horen maar het niet begrijpen,
en door te kijken, zult u kijken maar niet zien.

15

 

Daarom is het hart van dit volk verhard geworden,
en hun oren zijn doof geworden
hun ogen toegesloten,
zodat zij niet:
zien met hun ogen,
horen met hun oren,
begrijpen met hun hart,
terugkeren en ik hen genees.'
letterlijk vet, ontoegankelijk

16

 

Maar gezegend zijn jullie ogen die zien en jullie oren die horen.

17

 

Amen, want ik zeg jullie dat vele profeten en rechtvaardigen verlangden te zien wat jullie zien, maar zij hebben niet gezien; te horen wat jullie horen, maar zij hebben niet gehoord.

18

 

Hoor dan de gelijkenis van de zaaier:

19

 

Tot iedereen die het woord van het koninkrijk hoort maar niet begrijpt, komt de goddeloze die rooft wat in zijn hart is gezaaid. Dat is wat langs de weg is gezaaid.

20

 

Maar wat op grind is gezaaid, is diegene die het woord hoort en het onmiddellijk met plezier aanvaardt,

21

 

maar hij heeft geen wortel in zich maar voor eventjes. Wanneer zorg of vervolging komt om het woord is hij snel gestruikeld. Semitisch idioom: zoon van het uur

22

 

Maar wat tussen dorens is gezaaid is degene die het woord hoort maar door de zorgen van de wereld en de bedriegelijkheid van rijkdom verstikt het woord, en wordt het onvruchtbaar. onvruchtbaar

23

 

Maar wat op de goede aarde was gezaaid is degene die mijn woord hoort, begrijpt, vrucht opbrengt en draagt, soms honderd-, of zestig- of anders dertigvoud."

24

 

Een andere gelijkenis sprak hij tot hen en zei: "Het hemelkoninkrijk lijkt op een mens die goed zaad op zijn akker had gezaaid.

25

 

Toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide dolik tussen het koren en ging weg. H. B. Tristram (Lolium temulentum, zizania, Het is een soort raaigras en is het enige soort van de familie der grassen waarvan de zaden vergiftig zijn. Zawân is afgeleid van zân, ’braken)

26

 

Maar toen de halmen opkwamen en vrucht zetten, verscheen ook de dolik.

27

 

Daarna kwamen de knechten van de heer van het huis hem zeggen: 'Heer! Hebt u niet goed zaad gezaaid op uw akker? Vanwaar heeft zij dolik?'

28

 

Hij zei hen dan: 'Dat heeft een vijand, een mens gedaan.' De knechten zeiden hem: 'Wilt u dan wij gaan om ze weg te plukken?'

29

 

Maar hij zei hun: 'Nee, anders zouden jullie bij het wegplukken van de dolik, ook het graan ontwortelen.

30

 

Laat beide samen opgroeien tot de oogst en in de oogsttijd zal ik zeggen tot de oogsters: pluk eerst de dolik uit en bind het in bossen om het te verbranden, maar verzamel het koren in mijn schuur!'"

31

 

Een andere gelijkenis vertelde hij hen en zei: "Het hemelkoninkrijk lijkt op een mosterdzaadje dat iemand nam, en zaaide op zijn akker.

32

 

Het is kleiner dan alle zaadjes maar als het groeit is het groter dan alle planten en wordt het een boom, dus komen de vogels uit de hemel in zijn takken nestelen." Janus parallelisme; zaadjes, planten, bomen < bloesems, vogels > hemel, nesten, takken. Zie Hooglied 2:12Vogels betekent ook bloesems, bloemen of bloesems.

33

 

Hij vertelde hen nog een gelijkenis. "Het hemelkoninkrijk is als zuurdesem dat een vrouw nam en in drie maten meel deed totdat dit geheel was gezuurd."

34

 

Dit alles sprak Jezus in gelijkenissen tot de menigten en hij zei niets zonder gelijkenissen tot hen,

35

 

zodat vervuld zou worden wat gesproken was door de profeet die zei: "Ik zal mijn mond openen met gelijkenissen. Ik zal geheimen verkondigen van vóór de fundering van de wereld." ps 78:2

36

 

Toen verliet hij de menigten en kwam thuis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en zeiden: "Maak ons de gelijkenis van de dolik op de akker duidelijk."

37

 

Hij antwoordde en zei: "Degene die goed zaad zaait is de Mensenzoon,

38

 

De akker is de wereld, het goede zaad omvat de kinderen van het koninkrijk. De dolik, omvat de kinderen van de goddeloze.

39

 

De vijand die ze gezaaid heeft, is de Tegenstander. De oogst is de eindtijd en de oogsters zijn de boodschappers.

40

 

Zoals de dolik geplukt en met vuur verbrand wordt, zo zal het gaan in de eindtijd.

41

 

De Mensenzoon zal zijn boodschappers uitzenden en zij zullen uit zijn koninkrijk, alle schandalen en werkers van onrecht plukken,

42

 

en zij zullen hen in de vurige oven werpen. Daar zal huilen en tandenknarsen zijn.

43

 

Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, luister!

44

 

Opnieuw lijkt het hemelkoninkrijk op een verborgen schat in het veld, dat een mens ontdekte en het verborg, en in vreugde weggaat en alles verkoopt wat hij heeft en dat veld koopt.

45

 

Weer lijkt het hemelkoninkrijk op een man, een koopman, die goede parels zocht.

46

 

Toen hij één zeldzame kostbaar uitziende parel had gevonden, ging hij heen en verkocht al wat hij had en kocht die.

47

 

Opnieuw lijkt het hemelkoninkrijk op een net, dat in de zee wordt geworpen en allerlei soorten [vis] verzamelt.

48

 

Zodra het vol was trok men het op en sleepte het naar de kust en ging zitten om ze te sorteren. Het goede deed men in zakken maar het slechte wierp men weg.

49

 

Zo zal het zijn in de eindtijd. De boodschappers zullen uitgaan om het slechte af te scheiden van de rechtvaardigen.

50

 

En zij zullen hen in de vuuroven werpen. Daar zal huilen en tandenknarsen zijn.

51

 

Jezus zei hun: "Begrijpen jullie al deze dingen?" Ze zeiden hem: "Ja heer."

52

 

Toen zei hij hun: "Daarom lijkt iedere student die in het hemelkoninkrijk is onderwezen, op een huiseigenaar die oude en nieuwe schatten tevoorschijn tovert."

53

 

Toen Jezus deze gelijkenissen voltooide, vertrok hij vandaar,

54

 

en kwam hij in zijn eigen stad en onderwees hen op hun vergadering, zodat zij versteld stonden. En zij zeiden: "Waar heeft hij die wijsheid en die krachten vandaan?

55

 

Is dit niet de zoon van de timmerman en heet zijn moeder niet Maria en zijn broers Jakobus, Jozef, Simon en Judas,

56

 

en zijn zusters, zie! Zijn zij niet allen bij ons? Waar heeft hij dan al deze dingen vandaan?"

57

 

En zij namen aanstoot aan hem. Maar Jezus zei hun: "Geen profeet wordt geminacht behalve in zijn eigen stad en thuis." vielen af

58

 

En hij deed daar niet veel wonderen vanwege hun wantrouwen.

Hoofdstuk 14

1

 

In die tijd nu hoorde de districtsregeerder Herodes, het nieuws over Jezus.

2

 

En hij zei tot zijn dienaren: "Dat is Johannes de Doper. Hij is uit uit de doden opgestaan en daarom werken die wonderen door hem."

3

 

Want Herodes, had Johannes geboeid en in de gevangenis gezet vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus.

4

 

Want Johannes had hem gezegd: "Het is niet toegestaan dat zij uw vrouw is."

5

 

Hoewel hij hem wilde doden was hij bang voor de menigte, omdat zij hem erkenden als een profeet.

6

 

Maar op de verjaardag van Herodes danste de dochter van Herodias in hun midden en zij behaagde Herodes.

7

 

Daarom zwoer hij haar met een eed te geven wat zij ook zou vragen.

8

 

Op advies van haar moeder zei ze: "Geef hier op een schotel het hoofd van Johannes de Doper!"

9

 

En dit maakt de koning treurig, maar vanwege de eed en de gasten gaf hij bevel dat het haar gegeven zou worden,

10

 

en stuurde [iemand] om Johannes in de gevangenis te onthoofden.

11

 

Zijn hoofd werd gebracht op een schotel en gegeven aan het meisje, en zij bracht het aan haar moeder.

12

 

Daarop kwamen zijn leerlingen zijn lijk ophalen en begroeven hem en zij berichtten het aan Jezus.

13

 

Toen Jezus het hoorde vertrok hij vandaar met een schip naar eenzame wildernis. Maar de menigten hoorden dit en zij volgden hem langs de kust vanuit de steden.

14

 

Zodra Jezus uitstapte zag hij een grote menigte en voelde medelijden met hen en genas hun zieken.

15

 

Toen het avond werd kwamen zijn leerlingen naar hem toe en zeiden: "Deze plaats is verlaten en de tijd is voorbijgevlogen, stuur de menigte mensen dan weg, zodat zij naar de dorpen kunnen gaan om zich wat voedsel te kopen."

16

 

Maar Jezus zei hun: "Zij hoeven niet weg te gaan, geven jullie hun te eten."

17

 

Zij zeiden dan hem: "Wij hebben hier niets behalve vijf broden en twee vissen."

18

 

Hij zei: "Breng ze hier bij mij!"

19

 

Vervolgens hij droeg de menigte op om op de grond aan te liggen en hij nam die vijf broden en twee vissen, keek in de hemel, zegende ze en brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen en die leerlingen verspreidden [ze] onder de menigten.

20

 

En zij allen aten en raakten voldaan, en zij haalden het overschot van de brokken op, twaalf manden vol.

21

 

Degenen die gegeten hadden waren ongeveer vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.

22

 

En daarop stond hij erop dat zijn leerlingen in de boot stapten en hem voorgingen naar de overkant terwijl hij de menigten zou wegzenden.

23

 

Toen hij de menigten had weggezonden, ging hij de berg op, om in eenzaamheid te bidden toen het donker werd. Hij was daar alleen.

24

 

En de boot was al een flinke afstand van het land verwijderd, terwijl zij vreselijk werd gebeukt door de golven want er was tegenwind.

25

 

Tegen het einde van de nacht kwam hij lopend over het water naar hen toe.

26

 

Toen zijn leerlingen hem op water zagen lopen, werden zij bang en bleven zeggen: "Het is een slechte verschijning!". En zij schreeuwden van angst.

27

 

Maar Jezus sprak hen onmiddellijk aan en zei: "Heb moed, ik ben het, wees niet bang!"

28

 

Toen antwoordde Petrus en zei hem: "Heer, als u het bent, beveel mij dan tot u over het water te komen!"

29

 

En hij zei hem: "Kom!" En Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.

30

 

Zodra hij zag dat de wind sterk was werd hij bang, begon te zinken en verhief zijn stem en zei: "Heer, red mij!"

31

 

Onmiddellijk stak Jezus hem de hand toe, greep hem en zei hem: "Wantrouwende, waarom ben je gaan twijfelen?"

32

 

Toen zij in de boot waren gestapt ging de wind liggen.

33

 

Degenen die in de boot waren, eerden hem en zeiden: "Werkelijk, u bent de Zoon van God!"

34

 

Toen zij overgestoken waren kwam zij bij Gennesareth aan land. Aramees (Genesar)

35

 

En de mannen van die plaats herkenden hem dus berichtten zij het alle omliggende steden en men bracht hem allen die ziek waren.

36

 

En zij smeekten hem dat zij alleen maar de franje van zijn kleed mochten aanraken en allen die hem aanraakten werden gezond.

Hoofdstuk 15

1

 

Toen kwamen de Farizeeën en Schriftgeleerden uit Jeruzalem naar Jezus en vroegen:

2

 

"Waarom overtreden uw leerlingen de overlevering van de ouden? Want zij wassen hun handen niet wanneer zij brood eten."

3

 

Hij antwoordde en zei hun: "Waarom overtreedt ook u zelfs het gebod van God, door uw hervormingen? Hebreeuws: Takanot 1 v.d. basisprincipes van autoriteit van Farizeeën. Deze sekte maakte de Thora krachteloos op basis van historisch opgebouwde tradities die grote autoriteit hadden.

4

 

Want God heeft gezegd: 'Eer uw vader en uw moeder, en wie zijn vader of moeder vervloekt zal sterven.'

5

 

Maar u zegt: 'Wie ooit tot zijn vader of moeder mocht zeggen: alles wat van mij is wat u tot nut had kunnen zijn, is een offergave, sommige HSS "korban=schatkist"

6

 

hoeft zijn vader of moeder niet te eren.' Zo hebt u het woord van God ongeldig gemaakt door uw overlevering.

7

 

Hypocrieten! Terecht heeft Jesaja over u voorzegd, toen hij zei:

8

 

'Dit volk eert mij met [hun] lippen, maar hun hart is ver van mij.

9

 

Zij aanbidden mij tevergeefs omdat zij leringen onderwijzen die mensengeboden zijn.'

10

 

Toen hij de menigte bij zich geroepen had zei hij hun: "Hoor en begrijp!"

11

 

Niet wat de mond ingaat, verontreinigt de mens, maar wat de mond uitgaat, verontreinigt de mens.

12

 

Toen kwamen zijn leerlingen en zeiden hem: "U weet dat toen de Farizeeën dit woord hoorden, zij er aanstoot aan namen?"

13

 

Hij antwoordde hun en zei: "Elke plant die mijn hemelse vader niet heeft geplant zal worden ontworteld."

14

 

Laat hen gaan, zij zijn blinden die blinden begeleiden. Als een blinde een blinde leidt, zullen zij beiden in een put vallen.

15

 

Toen antwoordde Petrus en zei hem: "Heer, leg ons de gelijkenis uit!"

16

 

Waarop hij zei: "Hebben ook jullie geen begrip?

17

 

Begrijp je niet dat alles wat de mond ingaat, in de buik komt en in het riool verdwijnt?

18

 

Maar wat de mond uitgaat, komt uit het hart, en dat verontreinigt de mens.

19

 

Want uit het hart komen de goddeloze redenaties, moord, echtscheiding, diefstal, valse getuigenissen en blasfemie voort.

20

 

Dat zijn de verontreinigingen. Maar de mens die met ongewassen handen eet, verontreinigt zich niet." "de mens"

21

 

En Jezus ging vandaar weg en trok zich terug naar de gebieden van Tyrus en Sidon.

22

 

En zie! Een Kanaänitische vrouw uit die omgeving kwam en zei huilend: "Betoon me weldaad, Heer, zoon van David, mijn dochter wordt ernstig bezeten door een demon."

23

 

Maar hij antwoordde haar geen woord. Zijn leerlingen kwamen en vroegen hem en zeiden: "Zend haar weg, want zij roept ons na!"

24

 

Daarop antwoordde hij en zei: "Ik ben alleen tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden."

25

 

Maar zij kwam, eerde hem en zei: "Heer, help mij!"

26

 

Hij antwoordde daarop en zei: "Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het voor de hondjes te werpen."

27

 

Maar zij zei: "Ja heer, toch eten hondjes ook van de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen."

28

 

Toen antwoordde Jezus en zei tot haar: "O vrouw, groot is uw vertrouwen, laat het worden zoals u wenst!" Van dat uur af was haar dochter genezen.

29

 

Toen hij vandaar wegging, kwam Jezus aan de kust van Zee van Galilea en ging de berg op om daar te zitten.

30

 

Toen kwamen vele menigten bij hem die vele verlamden, blinden, kreupelen, stommen en anderen bij zich hadden. Zij legden ze aan zijn voeten en hij genas hen,

31

 

zodat de menigte zich verwonderde, want zij zagen stommen spreken, kreupelen gezond, verlamden lopen en blinden zien, en zij prezen de God van Israël.

32

 

Daarop riep Jezus zijn leerlingen bij zich en zei: "Ik heb medelijden met de menigte want zij zijn al drie dagen bij mij gebleven en zij hebben mogelijk niets te eten, en ik wil hen niet zonder voedsel wegzenden, ze mochten eens onderweg bezwijken!"

33

 

Maar zijn leerlingen zeiden hem: "Hoe komen wij in de wildernis aan zoveel broden zodat wij een dergelijke menigte kunnen verzadigen?"

34

 

En Jezus zei hun: "Hoeveel broden hebben jullie?" Zij zeiden: "Zeven, en wat visjes."

35

 

Daarna gaf Jezus de menigte opdracht om op de grond te gaan zitten.

36

 

Hij nam de zeven broden en de vissen, dankte, en brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen en de leerlingen gaven ze aan de menigten.

37

 

En zij aten allen en raakten verzadigd, en het overschot van de brokken haalden zij op, zeven manden vol.

38

 

Zij dan die aten waren vierduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.

39

 

En nadat hij de menigte had weggezonden stapte hij in een boot en vertrok naar de omgeving van Magadan.

Hoofdstuk 16

1

 

En de Farizeeën en de Sadduceeën kwamen om hem te testen. Zij vroegen hem een teken uit de hemel te tonen.

2

 

Maar hij antwoordde en zei hun: "Wanneer het avond wordt zegt u: 'Het wordt rustig [weer] gezien de rode lucht',

3

 

En in de morgen: 'Stormachtig vandaag, want de rode lucht is somber!' Hypocrieten, u kunt de lucht observeren, maar de tekenen van deze tijd onderscheidt u niet! In peshitta. In Griekse HSS tekenen van de tijden

4

 

Een goddeloze en overspelige generatie vraagt om een teken, maar het zal er geen ontvangen dan het teken van de profeet Jona." Daarop ging hij van hen weg.

5

 

Toen zijn leerlingen naar de overkant gingen, hadden zij vergeten brood mee te nemen.

6