Aramaic Peshitta

Add to Favorites

Set as Homepage

Home

 

  Buy Lamsa Bible:

 

 

Hit Counter

 

RCL circle:

Aramaic Peshitta Bible Repository

Lamsa Bible Online

Raph's Online Bookstore

 

 

FREE download of "Was the New Testament Really Written in Greek?"

 

 Support independent publishing: buy this book on Lulu.

 

 

 

Aramaic/Dutch Peshitta Translation - Matthew

 

Hoofdstuk 1

1

 

Het boek van de afkomst van Jezus de Gezalfde, zoon van David, zoon van Abraham. lett. Genesis, oorsprong, herkomst, generatie, geboorte

2

 

Abraham verwekte Isaäk, Isaäk verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers.

3

 

Juda verwekte Perez en van Zerah door Tamar. Perez verwekte van Hezron, Hezron verwekte van Ram.

4

 

Ram verwekte Amminadab, Amminadab, verwekte Nahson, Nahson verwekte Salmon.

5

 

Salmon verwekte Boaz via Rachab, Boaz verwekte Obed via Ruth, Obed verwekte Jesse.

6

 

Jesse verwekte David, de koning. David verwekte Salomo via de vrouw van Uriah.

7

 

Salomo verwekte Rehobeam, Rehobeam verwekte Abija, Abija verwekte Asa.

8

 

Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,

9

 

Uzzia verwekte Jotham, Jotham verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia.

10

 

Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia.

11

 

Josia verwekte Jechonja en zijn broers ten tijde van de ballingschap in Babylon.

12

 

Na de ballingschap in Babylon verwekte Jechonja Sealthiël, Sealthiël verwekte Zerubbabel.

13

 

Zerubbabel verwekte Abiud, Abiud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor.

14

 

Azor verwekte Zadok, Zadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud.

15

 

Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Matthan, Matthan verwekte Jakob.

16

 

Jakob verwekte Jozef, de vader van Maria, uit wie Jezus werd geboren, de Gezalfde genoemd. Aramees 'Gawra' volgens peshita, vader of 'beschermer' van Maria, dus het gaat hier om een andere Jozef. Mogelijk om gegniffel tegen te gaan, heeft Mt hier niet alternatief 'vader' gebruikt alsof Maria met haar Vader trouwde.

17

 

Alle generaties van Abraham tot David waren veertien generaties, en van David tot de Babylonische ballingschap veertien generaties, en van de Babylonische ballingschap tot de Gezalfde veertien generaties.

18

 

De geboorte van Gezalfde Jezus als volgt; terwijl zijn moeder, Maria, was uitgehuwelijkt aan Jozef bleek zij zwanger door heilige adem nog voordat zij samenwoonden. zie vers 1

19

 

Omdat haar man Jozef rechtvaardig was en haar niet wilde ten toonstellen, dacht hij haar toch in het geheim te laten gaan. (Aramees ba-elah) kan betekenen echtgenoot, heer, meester, in tegenstelling tot gawra vs 16

20

 

En terwijl hij deze dingen overdacht verscheen hem dan de boodschapper van Jah in een droom en zei: "Jozef, zoon van David, wees niet bang Maria tot vrouw te nemen, want wat in haar is verwekt, is door heilige adem. In het dagelijks spraakgebruik kon 'boodschapper' zowel engel als iemand die een bericht bracht betekenen (Hand) 12:15.

21

 

Zij zal geboorte geven aan een zoon en je zult hem Jezus noemen, want hij zal zijn volk van hun zonden bevrijden."

22

 

Dit alles gebeurde zodat werd vervuld wat Jah gezegd had door zijn profeet die zei: Sem-Tob Ha-Shem, Peshitta, JHWH

23

 

"Zie! De maagd zal zwanger worden en geboorte geven aan een zoon, en zij zullen hem Immanuël noemen, wat is vertaald van: 'met ons is onze God'." Aramese OT tekst gebruikt: b'tulta. Septuaginta ook, maar volgens Masoretische tekst 'meisje'

24

 

Toen Jozef wakker werd uit zijn slaap, deed hij zoals hem was uitgelegd door de boodschapper van Jah en hij nam haar bij zich [thuis].

25

 

En hij had geen gemeenschap met haar totdat ze geboorte gaf aan een zoon, en hij noemde hem Jezus.

Hoofdstuk 2

1

 

Nadat Jezus was geboren in Bethlehem van Judea in de dagen van Herodes de koning, daar kwamen astrologen uit het oosten naar Jeruzalem, magoi staat niet voor 'wijze mannen' magos (μαγος pl. μαγοι). Aramees: Magoshi of Zoroastrianen.

2

 

en zeiden: "Waar is hij, die de koning van de joden is, geboren? Want we zagen zijn ster in het oosten en zijn gekomen om hem te eren."

3

 

Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij en heel Jeruzalem met hem in beroering.

4

 

Daarop vergaderde hij alle overpriesters, Schriftgeleerden van het volk en ging hen vragen waar de Gezalfde geboren zou worden. Messias (Hebreeuws), Christus (Grieks)

5

 

Zij antwoordden hem: "Te Bethlehem in Judea; want zo is geschreven door de profeet:

6

 

'En jij Bethlehem van Efrata, zult niet de minste onder de duizenden van Judea zijn, want uit jou zal ik voortkomen degene die de regeerder onder mijn volk Israël zal zijn.'" Volgens Dutillet en Munster hebreeuwse Mattheus.

7

 

Toen riep Herodus in het geheim de astrologen bijeen en leerde van hen de periode dat de ster aan hen verscheen,

8

 

en zond hen naar Bethlehem en zij hun: "Ga en informeer u zeer nauwkeurig over de jongen. En wanneer jullie hem hebben gevonden, kom en informeer mij zodat ook ik hem kan gaan huldigen."

9

 

Toen zij de koning hadden aangehoord, vertrokken ze en zie! De ster die ze in het oosten hadden gezien, ging hen voor tot zij kwam en stilstond boven de plaats waar het kind was.

10

 

Dat zij de ster hadden gezien, maakte hen meer dan gewoon blij.

11

 

Zodra ze het huis binnengingen, zagen ze het kind met Maria, de moeder, en knielden en eerden het. Zij openden ook hun schatten en schonken hem cadeaus, goud, mirre en wierrook. 18 maanden-3 jaar zie mt 2:16 hulde, ook aanbidden afh. Context7 in Septuaginta gebruikt voor Hebreeuwse term, sja·chah´, dat „zich neerbuigen” betekent

12

 

Terwijl zij diep sliepen, zie! Een boodschapper verscheen hun en zei: "Pas [ervoor] op om terug te gaan naar Jeruzalem, naar Herodus!" Dus gingen zij weg en keerden terug naar hun eigen land via een andere weg.* Tekst volgens Sem-Tob

13

 

Toen ze waren vertrokken, zie! De boodschapper van Jah verscheen in een droom aan Jozef en zei: "Sta op, neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik weer met u spreek want Herodes staat klaar het kind te zoeken om hem te doden." Ha-Shem volgens sem-tob, MAR-YAH volgens Peshitta

14

 

Zo stond hij in de nacht op nam het kind en zijn moeder en trok zich terug naar Egypte,

15

 

en hij bleef daar tot de dood van Herodes, zodat vervuld zou worden wat Jah gesproken had door de profeet die zei:
"Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen."

16

 

Toen Herodes begreep dat hij door de astrologen voor de gek werd gehouden, werd hij zeer kwaad, gaf bevel en doodde alle zonen in Bethlehem en haar omgeving, van twee jaar en minder, zoals hij had gehoord volgens de tijdsperiode van de astrologen.

17

 

Toen werd vervuld zoals was gesproken door de profeet de profeet Jeremia die zei:

18

 

"Geluid werd gehoord in Rama,
huilen en hevig rouwen,
Rachel die om haar kinderen rouwt,
Zij wenste niet te worden vertroost,
want zij waren er niet."

19

 

Nadat Herodes stierf, verscheen de boodschapper van Jah in een droom aan Jozef in Egypte,

20

 

en zei: "Sta op, neem het kind, en zijn moeder en ga op weg naar het land Israël, want degenen die naar het leven van het kind stonden zijn dood."

21

 

Dus stond hij op en nam het kind en zijn moeder en ging het land van Israël binnen.

22

 

Maar toen hij hoorde dat Archelaüs regeerde in Judea in plaats van zijn vader Herodes, werd hij bang om te gaan. Nadat hem een goddelijke waarschuwing was gegeven trok hij zich terug naar de gebieden rond Galilea.

23

 

Toen hij daar kwam, vestigde hij zich in een stad genaamd Nazareth, zodat vervuld zou worden wat werd gesproken door de profeten: "Hij zal een Nazarener genoemd worden." Woorspeling in het Hebreeuws tussen Nazareth and Netzer (spruit Is 11:2(11:1))

Hoofdstuk 3

1

 

In die dagen kwam Johannes de doper en hij zou prediken in de wildernis van Judea.

2

 

Hij zei: "Toon berouw in uw levens want het koningschap van de hemel zal worden aangekondigd" is offered to come: volgens hebreeuwse tekst. volgens hebreeuwse tekst. t’shuvah omkeren, terugkeren; “omkeren van de zonde en terugkeren naar de Schepper”.

3

 

Dit is gesproken door Jesaja, de profeet die zei:
"De stem van een roepende in de wildernis,
bereid de weg van Jah,
en maak zijn pad recht!"

4

 

Deze Johannes had kleding van kamelenhaar en een leren riem om zijn middel, en zijn voedsel [bestond uit] sprinkhanen en wilde honing.

5

 

Daarop kwamen heel Judea en heel het gebied rond de Jordaan naar hem toe,

6

 

en werden er door hem gedoopt in de Jordaanrivier terwijl zij hem openlijk hun zonden bekenden.

7

 

Maar dat trok de aandacht van de Farizeeën en Sadduceeën die kwamen kijken naar de doop. Johannes zei hun: "Addernesten! Wie zal jullie helpen te vluchten van het nabije oordeel? Griekse transliteratie van Zonen van Zadok (Tsadokim, Ezechiël 44:15). Afstammelingen van de priesters die de tempel van Salomo inweidden. Zij waren Thora-getrouw maar verwierpen de opstanding. Zij werden geacht de Komende te zalven.

8

 

Breng daarom vruchten voort, die bij berouw passen,

9

 

en beeldt u niet in te zeggen: 'Wij hebben Abraham tot vader', ik zeg u dat God zonen voor Abraham uit deze stenen kan voortbrengen! Zonen en Stenen: Hebreeuwse woordspeling

10

 

Zie, de bijl is aan wortel van alle bomen geplaatst; elke boom die geen goede vruchten voortbrengt, zal omgehakt en in het vuur geworpen worden.

11

 

Ik doop u wel in water om [uw] berouw, maar van degene die na mij komt, sterker dan ik, ben ik ongeschikt zijn sandalen af te nemen. Hij zal u dopen met het vuur van heilige adem.(bastazo) kan betekenen dragen of afnemen (941) Hij zal u dopen met heilige adem en vuur.

12

 

Zijn wanschop is in zijn hand, en hij zal de dorsvloer grondig reinigen en hij zal het graan bundelen in de graanschuur, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur."

13

 

Toen ging Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes om gedoopt te worden,

14

 

maar Johannes belette het hem en zei: "Ik moet door u gedoopt worden maar u komt tot mij?"

15

 

Jezus antwoordde en zei hem: "Laat het zo zijn, want het is juist alles wat rechtvaardig is uit te voeren." Toen stond hij hem toe.

16

 

Nadat Jezus gedoopt was, kwam Jezus onmiddellijk uit het water en de hemel werd voor hem geopend en [hij] zag de adem van God als een duif op hem neerdalen

17

 

En zie! En een stem uit de hemel die zei: "Dit is mijn geliefde zoon, in wie ik welbehagen heb." Jesaja 42:1

Hoofdstuk 4

1

 

Toen werd Jezus door de heilige adem naar de wildernis geleid, om getest te worden door de Lasteraar.

2

 

En hij vastte veertig dagen en veertig nachten waarna hij honger kreeg.

3

 

Toen kwam de Tester bij hem en zei: "Als u een zoon van God bent, zeg dan dat deze stenen broden moeten worden."

4

 

Maar hij antwoordde en zei: "Er staat geschreven:
'Niet van brood alleen zal de mensenzoon leven, maar van elke uitspraak die voorkomt uit de mond van Jah.'"

5

 

Toen nam de Lasteraar hem mee naar de heilige stad en plaatste hem op de kantelen van de tempel, sommige hss: Jeruzalem

6

 

en hij zei hem: "Als u een zoon van God bent, werpt u dan naar beneden, want er staat geschreven:
'Zijn boodschappers draagt hij op betreffende u; zij zullen u op hun handen dragen zodat uw voeten geen steen stoten.'"
Psalmen 91:11

7

 

Jezus zei hem: "Nogmaals, er staat geschreven:
'Beproef Jah, uw God, niet.'"

8

 

Weer nam de Lasteraar hem mee, naar een zeer hoge berg en toonde hem alle wereldkoninkrijken en hun glorie

9

 

en zei hem: "Dit alles zal ik u geven zodra u neervalt en mij aanbidt."

10

 

Toen zei Jezus hem: "Verdwijn Tegenstander! want er staat geschreven:
'Jah, uw God zult u aanbidden, en hem alleen zult u dienen.'"

11

 

Daarop verliet de Lasteraar hem en zie! boodschappers naderden en gingen hem bedienen.

12

 

Toen Jezus hoorde dat Johannes was gearresteerd vertrok hij naar Galilea. In Griekse Hss: hij

13

 

Nadat hij Nazareth verliet, verbleef hij in Kapernaüm aan de kust, grenzend aan Zebulon en Naftali,

14

 

zodat vervuld zou worden wat gesproken was door de profeet Jesaja die zei:

15

 

"Land van Zebulon en land van Naftali, zeeweg, aan de overkant van de Jordaan, werelds Galilea,

16

 

de mensen die in de duisternis zaten hebben een groot licht gezien en zij die wonen in het land en de schaduw van dood; een licht is aan hen verschenen."

17

 

Vanaf toen, begon Jezus te prediken en te zeggen: "Heb berouw, want het hemelkoningschap wordt aangeboden." Hebrew: hbwrq Aramaic: tbrq literally “an offered thing” or “a near thing”. This has been misunderstood in the Greek as a proclamation that the Kingdom was “near”

18

 

Terwijl Jezus langs de Zee van Galilea wandelde, zag hij twee broers, Simon die Cefas werd genoemd en Andreas zijn broer, vissersnetten in de zee werpen want zij waren vissers.

19

 

En hij zei hun: "Volg mij en ik zal jullie vissers van mensen maken."

20

 

En onmiddellijk verlieten zij hun netten en zij volgden hem.

21

 

En van daar verdergegaan zag hij twee andere broers, Petrus [zoon] van Zebedeüs en Johannes zijn broer in de boot met Zebedeüs, hun vader, hun netten herstellen en hij riep hen.

22

 

Onmiddellijk verlieten zij de boot en hun vader, zij volgden hem.

23

 

En Jezus ging door heel Galilea en in hun vergaderingen onderwijzen en het goede nieuws prediken, elke ziekte en elke kwaal genezen onder de mensen.

24

 

En zijn faam werd gehoord door alle mensen. Al wie ernstig ziek met verschillende ziekten waren kwamen bij hem; zij die werden gekweld met pijn, bezetenheid, epilepsie en verlamming. En hij genas hen. se·le·ni·a´zo·ma, σεληνιαζομενους = maanziek etymologisch v. bijgeloof dat de maan deze ziekteverschijnselen veroorzaakte. redactie van J. Orr, 1960, Deel III, blz. 1941. (ha-am) of naar heel Syrië (heb: aram):

25

 

En vele menigten, uit Galilea, Decapolis, Jeruzalem en Judea en de overzijde van de Jordaan, volgden hem.

Hoofdstuk 5

1

 

Toen [hij] de menigten zag, ging hij de berg op en nadat hij ging zitten kwamen zijn leerlingen naar hem toe.

2

 

En hij opende zijn mond en begon hen te onderwijzen en zei:

3

 

"Gezegend de spiritueel armen,
want van hen is het hemelkoningschap. makarioi, μακαριοι, kan zowel gelukkig als gezegend betekenen. Gezegend is passender was alleen zegen komt van boven. Geluk kan ook uit iemand zelf komen. Zegen niet.

4

 

Gezegend de treurenden,
want zij zullen vertroost worden. Zodhiates: when someone suffers … but rather, it is a joy that comes from gaining a better relationship with God

5

 

Gezegend de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde beërven.

6

 

Gezegend wie hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid,
want zij zullen gevoed worden.

7

 

Gezegend de weldoeners,
want hun zal welgedaan worden.. In Vine’s Expository Dictionary of Old and New Testament Words staat: „ELEOS (?????) ’is de uiterlijke manifestatie van medelijden; eleeemosuneen = aalmoezeniers

8

 

Gezegend de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.

9

 

Gezegend de vredestichters,
want zij zullen zonen van God worden genoemd.

10

 

Gezegend wie vervolgd zijn om rechtvaardigheid,
want van hen is het hemelkoningschap.

11

 

Gezegend ben je wanneer men je lastert, je vervolgt en liegend allerlei onrecht toeschrijft om mijn naam.

12

 

Veel geluk en juich! Want je beloning is groot in de hemel; want zo vervolgden zij de profeten vóór jou.

13

 

Jullie zijn het aardse zout; mocht het zout bederven, hoe zal het weer zout worden? In niets is het nog smakelijk en men zal het hebben gestrooid [op paden] en laten bewandelen door mensen. Letterlijk 'ondervoeten'. Het zout dat men gebruikte onzuiver, vermengd met plantaardige materialen en stoffen uit de bodem; het kon zijn zoutheid totaal verliezen, terwijl er een aanzienlijke hoeveelheid bodembestanddelen overbleef.

14

 

Jullie zijn het aardse licht. Een stad gelegen aan de top van een berg kan niet verborgen worden.

15

 

Ook ontsteekt men geen lamp en plaatst haar onder een mand maar op een standaard zodat het allen in het huis verlicht. (gr. modion), Letterlijk maatmand of meeteenheid voor 9l, korenmaat

16

 

Schijn je licht dus tegenover mensen, want mochten zij je goede werken opmerken dan zouden zij je Vader groots maken, die in de hemel is.

17

 

Denk niet dat ik ben gekomen om de Thora of de Profeten af te schaffen; niet om af te schaffen maar om [haar] te vervullen ben ik gekomen.

18

 

Amen, want ik zeg je dat hemel en aarde eerder zouden voorbijgaan; nee, niet één letter of één leesteken van de Thora zou voorbijgaan voordat [zij werkelijk] geheel zou worden uitgerold. γενηται(geneetai) letterlijk 'gegenereerd' of uitgerold: ivm beeldspraak van vervullen & uitrollen van een scroll in Jezus' tijd. Zie vorig vers πληρωσαι = vervullen (pleeroosai).

19

 

Wie ooit één van de kleinste voorschriften zou schenden en anderen daarna mocht onderwijzen, zal de minste worden genoemd in het hemelkoninkrijk, maar wie ze zou onderhouden én onderwijzen zal de grootste worden genoemd in het hemelkoninkrijk.

20

 

Ik zeg daarom, zou je rechtvaardigheid nooit overvloediger zijn dan dat van de Schriftgeleerden en de Farizeeën, nee, dan zul je niet het hemelkoninkrijk binnengaan.

21

 

Je hebt gehoord dat tot de ouden werd gezegd: 'U zult niet moorden', maar wie toch zou moorden, in aanmerking komt voor de rechtbank.

22

 

Maar ik zeg je dat wie ook, zonder reden boosheid oproept bij zijn broeder, in aanmerking komt voor oordeel. Maar wie tegen zijn broeder zegt: 'ik spuug op je!', wordt veroordeeld door de vergadering, maar wie 'dwaas' mocht zeggen [zelf] in aanmerking komt voor de vurige vuilnisbelt. Aramees (raqa, niet raka) voor de zwaarste belediging voor een jood lett: (γεενναν) gehenna hebr: dal van Hinnom Moron, lat: fatue reus Correctie door peshitta

23

 

Mocht je nu je offer naar het altaar brengen en je daar herinneren dat je broeder iets tegen je heeft,

24

 

laat het offer daar bij het altaar, ga terug, en sluit eerst vrede met je broeder, kom terug en breng dan je offer.

25

 

Tref snel een schikking met je tegenpartij zolang je op weg bent met hem. Anders zou de tegenpartij de zaak overgeven aan de rechter, en de rechter [laat het over] aan een politieagent, die je vastzet.

26

 

Amen, zeg ik je, nee, je komt niet vrij totdat je de laatste cent hebt gecompenseerd. kodranteen = 1/64 v.e. denarius, dagloon

27

 

Je hebt gehoord dat werd gezegd dat je geen overspel moet plegen. Exodus 20:14

28

 

Maar ik zeg je dat al wie verlangend naar een vrouw kijkt, al overspel met haar in zijn hart heeft gepleegd.

29

 

Als je rechteroog je doet struikelen, ruk het uit en gooi het weg want het is beter één van je ledematen te vernietigen dan dat je hele lichaam op de vurige vuilnisbelt wordt geworpen. Overdrachtelijk bedoeld en betekent "stop daarmee", net zoals de vurige vuilnisbelt, gehenna, overdrachtelijk is bedoeld.

30